De romantische boekhouder
Zoon van een kolenboer. Oud-directeur van het Centraal Planbureau. Met twaalf jaar de langstzittende minister van Financiën ooit. Naamgever van de Zalmnorm, leermeester van Wouter Bos, drager van de trotse bij - naam ‘Il Duro’. Voormalig PvdA-lid en oud-fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. Liefhebber van flipperkasten, die Nederland de euro bracht. Joviaal maar deskundig, vriendelijk doch gevreesd.
Gerrit Zalm, fenomeen. In dit boek geeft hij, een van de hoofdrolspelers in de Nederlandse politiek van de afgelopen twintig jaar, voor het eerst openheid van zaken. De romantische boekhouder is het levendige verslag van zijn loopbaan in ambtenarij en politiek. Openhartig vertelt hij over het reilen en zeilen op Financiën, de samenwerking met de overige ministers, zijn turbulente tijd als VVD-leider en zijn rol als vicepremier. Hij gunt de lezer een blik in de coulissen van ‘Europa’, en ook pijnlijke zaken gaat hij niet uit de weg: de kwestie-Hirsi Ali, de perikelen rond Rita Verdonk en de val van het eerste kabinet-Balkenende. Bovendien geeft hij verrassende achtergronden bij de financiële crisis die de wereld op dit moment teistert.
Fragment uit De romantische boekhouder
De vis wordt duur betaald
Cees Veerman (cda), minister van Landbouw tussen 2002 en 2007, heeft een voorkeur voor een bilateraal begrotingsoverleg zonder ambtenaren. Daar heb ik geen bezwaar tegen, mits we na afloop gezamenlijk rapporteren aan
onze ambtenaren. Heb te veel ervaring met gesprekken met ministers zonder ambtenaren, waarna op de ministeries geheel verschillende verhalen de ronde doen.
Eén keer dreigt het voorkeursmodel echt verkeerd voor hem uit te pakken. Ik krijg een strakke adviesnotitie van de Inspectie Rijksfinanciën. Gerrit Jan Bouwhuis is de Inspecteur die de hoofdredactie voert. Hij heeft de faam om zich overal grondig in te verdiepen en de minister zo scherp mogelijk te houden. In de adviesnotitie staat de ‘ideaaloplossing’ vanuit de optiek van de Inspectie Rijksfinanciën, waarbij men er rekening mee houdt dat de minister
nog wel wat soepeler zal zijn. Het gesprek met Cees Veerman verloopt vlot. Laat wat zaken uit het ‘gruwellijstje’ vallen en kom naar mijn gevoel tot een goede oplossing. De ‘terugrapportage’ wordt door de ambtenaren aangehoord en genoteerd. Na afloop gaan beide ministeries rekenen. Ten opzichte van de bestaande meerjarenafspraken is het saldo 2 miljoen euro negatief. Dit leidt in de eerste plaats tot een kleine crisis bij mijn Inspecteur Rijksfinanciën, Gerrit Jan Bouwhuis, omdat ik zuiniger ben uitgekomen dan zijn advies. ‘Heb ik de minister dan wel goed geadviseerd?’ is zijn gewetensvraag.
Ook op het ministerie van Landbouw worden de sommen gemaakt. Hoe moet de minister met 2 miljoen minder naar de Tweede Kamer? Als ik Veerman de volgende dag tref bij een onderraad van de ministerraad, kijkt hij wat bedrukt. Refereer aan het plezierige gesprek. Schoorvoetend zegt hij dat hij tijdens dat gesprek iets is vergeten. Vraag hem wat dat dan is. Hij zegt: ‘De visserij.’ Repliceer met: ‘Ja Cees, de vis wordt duur betaald.’ Hij lacht als een boer met kiespijn. ‘Wat had dat dan moeten kosten?’ vraag ik. ‘Twee miljoen,’ zegt Cees. ‘Dan heb je nu die twee miljoen,’ reageer
ik. Zo komt het weer goed.
Overigens is Cees Veerman een goede en faire onderhandelaar. Ook de manier waarop hij me toch weer 2 miljoen afhandig maakt, zonder terug te willen komen op de gemaakte afspraken, is tekenend voor zijn mensenkennis.
