Leesfragment

Ad van Liempt over zilver

  • 20 november 2015
  • 2m

Ad van Liempt schreef mee over zilver in het boek Nederland. Een objectief zelfportret in 51 voorwerpen. Lees zijn gehele stuk hieronder.

Zilver

Op 8 september 1628 werd het edelmetaal zilver opeens onze vaderlandse geschiedenis in gekatapulteerd. En wel in een ontzagwekkende hoeveelheid: het was de dag dat Piet Hein de Spaanse zilvervloot veroverde. Er zaten ook wel 37.000 huiden, drieduizend balen dure kleurstof en 361 kisten suiker bij, maar de bulk van de buit was toch zilver: 177.000 pond om precies te zijn.

Piet Hein, admiraal in dienst van de dan nog maar zeven jaar oude West-Indische Compagnie, was op slag wereldberoemd. Het veroveren – zeg maar: stelen – van de Spaanse zilvervloot was de droom van iedere wereldleider in die tijd. Elk jaar voer die vloot vanuit Zuid-Amerika naar Spanje, zwaarbeveiligd tegen kapers. Alle eerdere pogingen om de beveiliging te doorbreken, waren mislukt.

Piet Hein sloeg op die gedenkwaardige dag toe in de Baai van Matanzas, even ten noorden van Cuba. Er is in de geschiedschrijving nooit veel aandacht besteed aan het feit dat er geen hevig gevecht voor nodig was. Na twee schoten gaven de Spanjaarden zich over. Er is geen bloed gevloeid bij de succesvolste overval uit de geschiedenis.

Piet Hein kreeg alle gelegenheid om de buit ordelijk over te laden in zijn eigen schepen. 177.000 pond zilver, totale waarde van destijds: 11,5 miljoen gulden.

Toen het zilver eindelijk in deze streken was aangekomen (en via Hellevoetsluis naar Amsterdam overgebracht) was Nederland door het dolle heen – het bedrag dat na aftrek van kosten overbleef (een miljoen of zeven) was genoeg om een jaar oorlog van te voeren: een ongekende injectie dus in de begroting van de Republiek.

Overal waar Piet Hein verscheen, werd hij gehuldigd als ‘een groot uytheems Prins’ en langdurig toegezongen door de massa’s. Hij reageerde daar niet erg positief op: hij vond zijn prestatie helemaal niet zo bijzonder. Hij had wel grotere krijgsverrichtingen op zijn naam gebracht, maar daar hoorde je nooit iemand over (‘en heeft men sich naeuwelijcks aen mij ghekeert’).

Later hebben historici dit wel als ‘typisch Nederlands’ uitgelegd: in andere landen word je beroemd door tot de verbeelding sprekende daden van heldenmoed, vaak zelfs door heldhaftig ten onder te gaan, strijdend tot de laatste man. In Nederland kom je tot ongekende roem als je de volle buit hebt binnengehaald.

Hoogleraar Arie van Deursen schreef: ‘Geen overwinning is zo populair geweest als die simpele, onbloedige verovering van de zilvervloot, alsof heldenmoed gemeten wordt aan de opbrengst in edelmetaal.’

Piet Heins actie vond plaats tijdens de Tachtigjarige Oorlog; morele bezwaren tegen de zilverroof zijn in Nederland dan ook zelden vernomen. Integendeel: de strijd tegen de Spanjaarden kwam erdoor in een stroomversnelling, terwijl de Spanjaarden zelf, zonder die miljoenen aan zilver, de grootste moeite kregen om hun oorlogsinspanningen nog te financieren.

In de negentiende eeuw kreeg de bewondering voor Piet Heins zilverroof een nieuwe dimensie. De arts Jan Pieter Heije, ook bekend van ‘Er zaten zeven kikkertjes, al in een boerensloot’, publiceerde het rijmpje ‘Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein’.

Een jaar of tien later werd dat op muziek gezet, en had Nederland er een populaire meezinger bij – de ‘Zilvervloot’. Dat bleef jaren op het repertoire van schoolkinderen, vooral ook omdat het een plaats kreeg in de meest gebruikte liedbundels. In 1911 drong het als ‘Piet Hein Rapsodie’ zelfs door tot de hogere cultuur.

Na de Tweede Wereldoorlog raakten die liedbundels langzamerhand uit de gratie, en daarmee ook het lied over Piet Heins geslaagde roofoverval. Onze nationale verknochtheid aan zilver raakte op haar retour. Maar totaal onverwacht maakte de Zilvervloot een glorieuze rentree: het lied bleek heel geschikt voor de sporttribune.

De opmars van eerst Feyenoord en later Ajax naar de top van het Europese voetbal werd begeleid door een massaal meegezongen: ‘Hij heeft gewonnen, de Zilvervloo-oo-oo-oot’. Bij voorkeur aan het eind van een succesvol verlopen wedstrijd – het is een triomflied.

Datzelfde hoorden we opeens op de volgepakte tribunes van de kunstijsbanen, waar Ard Schenk en Kees Verkerk de wereldtop bestegen. Het lied van Heije bleek bij uitstek geschikt om je triomf uit te schreeuwen, je trots op iets wat tot voor kort onbereikbaar leek.

Dat zijn we vandaag natuurlijk vergeten, maar dat Nederlandse voetballers en schaatsers nog eens de sterksten ter wereld zouden worden, daar had niemand in de tijd van zuinigheid en bestedingsbeperking ooit rekening mee gehouden.

Bij onze spectaculaire opmars op het terrein van de topsport hoorde het lied van de Zilvervloot, het lied van de nooit verwachte, en met slimheid verworven rijkdom.

Tegenwoordig hoor je het in dit schatrijke land helemaal nooit meer, op geen enkele tribune.

Als onze jongens en meisjes nu iets winnen, zetten we enigszins vermoeid een wave in.

Meer weten over dit boek? Klik dan hier.


Nieuws

Blader door onze najaarsaanbieding

De mooiste non-fictie lees je ook dit najaar weer bij Balans: of je nu houdt van geschiedenis of juist gericht bent op actualiteit, we hebben voor ieder wat wils.

Zo kun je in oktober uitkijken naar het prachtige en aangrijpende Dagboek van een invasie van Oekraïense Andrej Koerkov, waarin hij de schrijnende situatie in zijn …

Lees verder