Leesfragment

‘Canto Ostinato’

  • 13 september 2016
  • 3m

Hoe zit Canto Ostinato in elkaar?

Canto Ostinato ontstond tussen 1973 en 1979, toen Simeon ten Holt na een periode waarin hij zich aan de atonale muziek wijdde, weer terugkeerde naar de tonale muziek en naar zijn geliefde instrument, de piano. In plaats van een compositie die van a tot z vastligt, schreef Ten Holt een ‘vrije’ vorm die overeenkomsten vertoont met die van minimalist Terry Riley. Het werk In C van Riley bestaat, net als Canto Ostinato, uit een aantal maten die de spelers naar eigen inzicht kunnen herhalen. Anders dan de meeste minimalisten, die vaak de nadruk leggen op het ritmische aspect, zoekt Ten Holt het meer in de richting van de melodie en de klank. Canto-concerten lijken haast een ritueel, waarbij het resultaat elke keer anders uitpakt. Dat komt niet alleen doordat de componist bewust de uitvoeringsmogelijkheden heeft vrijgelaten, maar ook omdat hij de invulling van het te spelen materiaal aan de uitvoerder overlaat. Net als bij improvisatie worden de muzikale keuzen pas gemaakt op het moment van uitvoering. Je zou kunnen spreken van een werk dat altijd ‘in uitvoering’ is. De pianisten navigeren door het stuk, dat bestaat uit 106 secties, en hebben voortdurend contact met elkaar. Via luisteren en kijken neemt iemand het initiatief om gemeenschappelijk door te gaan naar de volgende sectie. Soms lijkt het alsof iemand het stuk leidt, maar het tegendeel is waar. Bij Canto Ostinato bestaat geen leiding. Canto leidt als het ware zichzelf en het is de taak van de musici het stuk in de juiste muzikale banen te voeren, waarbij ze ook afgaan op elementen van buitenaf: de akoestiek, het publiek, de sfeer, alles is van invloed op het uiteindelijke resultaat.

Op welke instrumenten je Canto ook speelt, het blijft altijd herkenbaar; zoals muziek van Bach altijd ontegenzeglijk Bach is, door het muzikale DNA dat de componist in elk van zijn stukken heeft achtergelaten. Of het nu wordt uitgevoerd op piano’s, orgel, harp, marimba’s of synthesizers, Canto Ostinato klinkt altijd als Canto Ostinato; letterlijk een hardnekkig aanhoudend gezang, waar bij tijd en ruimte los van elkaar komen te staan. Spanning en ontspanning verdwijnen en maken plaats voor een nieuwe ‘ware’ emotie. Opvallend is dat veel luisteraars de muziek gebruiken om bij te mediteren, te rusten of juist geïnspireerd te werken. Concertbezoekers zijn doorgaans geen doorsnee adepten van klassieke muziek. Simeon ten Holt heeft nieuw leven geblazen in een met uitsterven bedreigde tak van de kunst; het klassieke-muziekconcert.

Canto Ostinato is geschreven in een tweedelige maatsoort met als onderverdeling 10/16 noten. Deze tweemaal vijf noten vormen het basisritme. De vijf noten zijn weer opgedeeld in groepen van twee en drie. De compositie heeft als basistoonsoort bes mineur (vijf mollen). Van een toonsoort in klassieke zin kun je echter bij Ten Holt niet spreken; het is meer een tooncentrum. In sectie 8 volgt al een overgang naar es mineur, in sectie 17 naar des majeur en in sectie 20 naar as majeur. De cumulatie die volgt op 74 staat weer in bes mineur. Het middendeel nr. 88 staat in des mineur (enharmonisch cis mineur) en de getransponeerde variant van nr. 91 staat in ges mineur (enharmonisch fis mineur).

Toch heb je nooit het gevoel dat je in klassieke zin aan het moduleren bent. Het herhalingsprincipe zorgt ervoor dat je loskomt van het verleden en de toekomst – je vergeet als speler en luisteraar als het ware waar je vandaan kwam of waar je naartoe gaat. In traditionele muziek gaat het altijd over ontwikkeling, climax en opbouw; bij Ten Holt gaat het meer over het moment, het ondergaan, de variatie en de interactie. Canto Ostinato is het begin van een nieuwe manier van componeren van Ten Holt waarin je kunt spreken van een ‘open ruimte’. Binnen deze open ruimte gelden andere regels dan in een traditionele compositie. Elke sectie is een autonoom element. Vergelijk het met een schilder die niet meer denkt in een compositie van vorm en kleur, maar de elementen los van elkaar gebruikt. Na de tussenepisoden van nr. 88 tot nr. 91 komt bij nr. 92 het beginkarakter weer terug, het thema komt weer even voorbij en dan werkt de compositie langzaam naar het einde. In zekere zin heeft Ten Holt zich in Canto gehouden aan de klassieke driedelige vorm zoals we die kennen van de sonate.

De partituur kent geen partijen als zodanig, zoals bijvoorbeeld in een sonate voor twee piano’s van Mozart. In zo’n sonate leert elke pianist zijn of haar eigen partij en daarna is het een kwestie van de boel onder elkaar zetten. Het is meestal wel zo dat elke pianist ook de partij van de ander beheerst, maar tijdens een uitvoering houdt ieder zich aan zijn eigen partij. Bij Canto Ostinato is het de bedoeling dat elke deelnemer elke partij (of muzikale lijn) beheerst en hier vervolgens voortdurend tussen kan switchen. Het is ook de bedoeling dat elke deelnemer iedere combinatie van motieven (rechterhand en linkerhand) kan spelen. Om de schilder er nog maar eens bij te halen: elke musicus heeft nu een volledig palet met kleuren tot zijn beschikking, elke musicus heeft dezelfde kleuren op zijn palet als de anderen. Tijdens het samenspelen luistert iedereen welke kleuren al klinken, en voegt nu al dan niet wat kleuren van zijn eigen palet toe. Het publiek hoort de complete mengeling van kleuren.

Dit proces vergt tijd en veel speeluren. De hoofdpartij van de rechterhand en de schaduwpartij (hoogste melodielijn) lopen één zestiende noot verschoven van elkaar, waardoor de partijen als radertjes in elkaar haken.

Sandra en Jeroen van Veen

 © Sandra en Jeroen van Veen


Nieuws

Blader door onze najaarsaanbieding

De mooiste non-fictie lees je ook dit najaar weer bij Balans: of je nu houdt van geschiedenis of juist gericht bent op actualiteit, we hebben voor ieder wat wils.

Zo kun je in oktober uitkijken naar het prachtige en aangrijpende Dagboek van een invasie van Oekraïense Andrej Koerkov, waarin hij de schrijnende situatie in zijn …

Lees verder