Leesfragment

Leesfragment Ach, Engeland

  • 12 februari 2019
  • 3m

Proloog

Toen ik ruim een halve eeuw geleden als correspondent naar Londen vertrok, kreeg Engeland een nieuwe premier, Harold Wilson. Als diplomaten en politici hem bij een goed glas whisky vroegen wat nou eigenlijk het Brits buitenlands beleid was kregen ze als antwoord dat je het het beste kon vergelijken met een reis in een ouderwetse postkoets. Het is een lange, lastige tocht: je ziet niks en niemand weet waar je naartoe gaat. Maar uiteindelijk, zei Wilson, bereik je altijd je bestemming.

Heerlijke zelfspot, maar toch vreemd, dacht ik, niet eens te weten waar je heen wil. Het leek wel de Magical Mystery Tour van de Beatles. Ik voelde me in die eerste Londense jaren steeds meer als Alice in Wonderland en ontdekte dat J.M. Barrie, de schrijver van Peter Pan, het jongetje dat het raam uit vloog naar Neverland, in onze straat, Gloucester Road, had gewoond.

De Engelsen hadden de wereld rondgezworven. Ze hadden een imperium gebouwd dat een kwart van de aarde besloeg en trokken zich nu halverwege de twintigste eeuw terug op hun eiland. Het Europees continent zagen zij als de achtertuin waar het rustig moest blijven. Na veel geharrewar hadden zij toch in 1973, te laat en op het verkeerde moment, hun toevlucht tot dat Europa, de Europese Economische Gemeenschap, genomen. De postkoets bleef in de modder steken. Ze hebben er zich nooit helemaal thuis gevoeld en toen ze na ruim veertig jaar ‘Brexit’ gingen roepen leek het op een toverspreuk van Harry Potter die ‘this blessed plot, this earth, this realm, this England’, zoals Shakespeare schreef, weer in oude glorie zou herstellen: ‘Take back control’.

Maar wat voor de een de sleutel tot vrijheid en geluk was, was voor de ander de vloek die het onheil afriep. Brexit leidde dan wel niet tot een nieuwe Civil War, een nieuwe Burgeroorlog, maar tot de ‘Uncivil War’, zoals de titel van een eerste Brexit-tv-drama luidt. Een Onbeleefde Oorlog, Engelser kan het niet.

Ik heb weleens gedacht dat het onbestemde van de reis per postkoets het grote geheim is van al die Britse tv-series, de kostuumdrama’s, Downton Abbey, EastEnders, Inspector MorseKeeping up Appearances oftewel Schone Schijn en niet te vergeten The Crown. Het gaat om het spel, om de reis, niet de bestemming: het leven als theater met het Lagerhuis als de Grote Schouwburg. Nog altijd zijn er toneelrecensenten die ook de Lagerhuisdebatten als klucht, blijspel of tragedie verslaan. Maar vergis je niet: hoe romantisch en vermakelijk het allemaal mag lijken, diezelfde Uncivil War over het Brexit-referendum toont tegelijkertijd hoe met de meest geavanceerde, moderne datatechnologie de kiezers werden bewerkt en gemanipuleerd. Zo bepaalt dat ouderwetse Engeland meedogenloos als pionier wat ook voor ons de toekomst worden zal voor verkiezingen en politiek bedrijven.

Toen ik voor het eerst over Brexit hoorde, dacht ik dat het een grap was van een paar excentriekelingen die in de Britse mythe bleven geloven. Het bleek geen satire maar ernst en ik werd kwaad, voelde me beledigd en gekrenkt. De Britten konden en mochten Europa niet verlaten. Onwillekeurig moest ik denken aan de eerste Engelsen die ik ooit zag. Ik was een jongetje van acht. Het was september 1944, de bevrijding van Nijmegen. Wij waren ons brandend huis ontvlucht en liepen, de handen angstig omhooggeheven, een poortje door bij de Grote Markt. Daar stonden ze, de bevrijders, de Tommies, drie Britse soldaten met rare helmen op, doodmoe, maar vrolijk en opgewekt. Ze bewaakten een paar Duitse soldaten die zich hadden overgegeven. De Duitsers in hun grijze uniformen stonden op kousenvoeten, zonder helm, zonder laarzen en zonder koppel. De handen hoefden niet omhoog, maar mochten als teken van goede wil tegen het achterhoofd steunen. Als de gevangenen van uitputting de armen lieten zakken, riep een bewaker lachend ‘Hands up’ en de Duitsers lachten voorzichtig terug. Ze hadden de oorlog verloren, maar het er levend vanaf gebracht. Vijandschap zag ik niet. De mannen, jongens nog, waren schutterig vriendelijk voor elkaar. Dat vond ik, denk ik, het allervreemdst. Alsof ze op onbekend terrein een uitwedstrijd hadden gespeeld en niet wisten hoe het verder moest. Toen het donker werd, herinner ik me, kregen de Duitsers een Engelse Player’s sigaret; zo goed en zo kwaad als het ging, raakten ze met elkaar aan de praat.

De Engelsen blijf ik zien als onze bevrijders. Ik ben ze nog altijd dankbaar. Ze horen bij ons, zijn onze vrienden. Ja zeker, ze hebben andere regels, wetten en gewoontes, geloven in tradities en rituelen, blijven links rijden en hun rechters dragen pruiken. Vol trots vertellen ze dat Engeland sinds 1066 nooit door de vijand is bezet of veroverd; wat, zoals Nederlanders maar al te goed weten, niet waar is. Ik zal het er uitvoerig over hebben.

Vanwege die Brexit ben ik de geschiedenis ingedoken. Ik wilde aantonen dat Brexit nergens op slaat en wij, de Engelsen en Nederlanders, in de loop der eeuwen samen zoveel avonturen hebben beleefd dat we onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. We hebben oorlogen met elkaar gevoerd over het monopolie op de handel in slaven en specerijen, prinsjes en prinsesjes als pionnen in het schaakspel uitgehuwelijkt, elkaar streken geleverd, maar ook gesterkt in het streven naar vrijheid en democratie. Wij zijn en blijven twee zeevarende handelsnaties, stellen ons pragmatisch op en trokken in de Europese Unie veelal samen op.

Ach, Engeland is geen wetenschappelijk verantwoorde studie, maar een persoonlijk verhaal. Ik ga slordig om met de begrippen Engeland, Engelsen en Britten. Nederlanders, of liever Hollanders, hadden vooral met Engeland en de Engelsen te doen. Brexit is bovendien geen Britse maar een misleidend Engelse poging of protest om een ‘merrie England’ terug te vinden, een soeverein sprookjesland dat nooit heeft bestaan. De Schotten en Ieren geloven er niet in, zij hebben hun eigen mythes. Gelukkig verwerpen ook heel wat Engelsen het Little England-gevoel.

Engeland blijft een mysterie: enerzijds blijken Engelsen heel normale, nuchtere mensen te zijn, ondanks alles zeer bijdetijds, creatief en inspirerend. Maar ze blijven je altijd weer verrassen, verbazen en soms gruwelijk irriteren. De ergernis hoort erbij als een pijniging, een dagelijks ritueel om des te meer van het Engelse leven te kunnen genieten. Eenentwintig jaar heb ik tussen hen op het eiland gewoond en ik had er vrede mee dat je ze nooit helemaal zult begrijpen. Dat is ook hun charme. Ze zijn onverstoorbaar en het heeft geen enkele zin hen voor dwaasheden te willen behoeden, want zoals een groot Europakenner, de Italiaan Luigi Barzini, eens schreef: ‘De Britten hebben er altijd voor gekozen liever het slachtoffer te worden van eigen fouten dan te luisteren naar het oordeel van anderen.’ Het is hun kracht en zwakte tegelijk. Het heeft hen ver gebracht. Good riddance, hoepel dan maar op, dacht ik soms. Maar de geschiedenis bewijst ook dat de Engelsen het leven in splendid isolation nooit lang volhouden. Altijd weer zijn er tegenkrachten in eigen land of gebeurtenissen overzee die hen terug naar Europa brengen. Ach, Engeland. Tot ziens, tot gauw.


Nieuws

Nieuw blog van Willem Meiners: over AH, Shell, Philips en de kleindochter van oma Meulenkamp

Willem Meiners woont sinds 1991 in Amerika. Hij bereisde alle 50 staten en ontdekte dat Amerika op dit moment Nederlandser is dan ooit tevoren. In De Dutch Touch vertelt hij het onwaarschijnlijke en grotendeels onbekende succesverhaal van Nederland in Amerika. Geen geschiedenisboek of feitenverhandeling, maar met humor en kennis van zaken neemt hij ons mee door een nieuwe ontdekking …

Lees verder