Leesfragment

Leesfragment ‘Napoleon, de man achter de mythe’

  • 26 september 2018
  • 2m

Leesfragment uit Napoleon, de man achter de mythe van Adam Zamoyski

 

Kalverliefdes

[…]

Het is niet duidelijk of Buonaparte echt in de gevangenis is gegooid of slechts onder huisarrest werd geplaatst. Junot wist hem een briefje toe te spelen waarin hij aanbood zijn ontsnapping te regelen, maar Buonaparte weigerde. ‘Ik herken jouw vriendschap in je voorstel, mijn beste Junot; en je weet goed wat ik je heb gezworen en waarop je weet dat je mag vertrouwen,’ schreef hij terug. Hij was er echter van overtuigd dat hij onschuldig zou blijken en vroeg Junot met klem niets te doen, aangezien een ontsnappingspoging hem alleen maar in gevaar kon brengen. Onschuld bood onder deze revolutionaire omstandigheden nog geen garantie dat hij niet onthoofd zou worden, maar Buonaparte had geluk. Saliceti’s beschuldiging was niets meer dan een reflex van zelfbehoud geweest. Zodra hij het idee had dat zijn hachje gered was, stuurde hij opnieuw een brief naar Parijs waarin hij verklaarde dat onderzoek in de paperassen van de generaal geen bewijs had opgeleverd voor verraad en dat hij en zijn collega’s hadden besloten Buonaparte, mede gezien diens nuttige rol in het Italiëleger, voorlopig vrij te laten. Met uitzondering van Junotlijkt niemand de aanklachten tegen Buonaparte serieus te hebben genomen. Zijn huisbaas Joseph Laurenti, wiens dochter een flirt had met Buonaparte, stond borg voor hem, zodat hij de elf dagen van zijn detentie grotendeels thuis doorbracht.

Intussen hadden de Oostenrijkers een leger gestuurd om de Sardinische troepen te ondersteunen en generaal Dumerbion vond dat hij iets moest doen. ‘Mijn jongen,’ schreef hij aan Buonaparte, ‘maak een plan de campagne voor me zoals alleen jij dat kunt.’ Op 26 augustus overhandigde de jongen hem zo’n plan, en op 5 september was hij in Oneglia om het ten uitvoer te brengen. De Franse troepen rukten op naar de plek waar de twee vijandige legers elkaar zouden ontmoeten, met het doel ze gescheiden te houden. Op 21 december maakte Buonaparte zijn eerste veldslag mee, een aanval op Dego, waarin generaal Masséna zich onderscheidde. Carnot in Parijs blies echter nieuwe operaties af, waardoor Buonaparte opeens niets meer om handen had. Dit had hem welkom moeten zijn.

Vlak na zijn vrijlating was hij naar Marseille gegaan om Joseph te bezoeken, die zich wentelde in zijn pasverworven rijkdom en zich door zijn aangetrouwde familie liet aanspreken met de titel ‘graaf’. Toen hij kennismaakte met die familie, werd Buonaparte geraakt door Marie-Julies veel knappere jongere zus Bernardine Eugénie Désirée en verklaarde hij haar zijn liefde. Désirée, of Eugénie, zoals hij haar noemde, was zestien of zeventien, zedig en onschuldig, met net voldoende opvoeding om een eerbiedige partner en gehoorzame vrouw te zijn. ‘Onbekend met tedere hartstochten’, schreef Buonaparte haar op 10 september, was hij bezweken voor ‘het genoegen’ van haar gezelschap. ‘De charmes van uw persoon, van uw karakter, hebben ongemerkt het hart van uw geliefde gewonnen.’ Hij schreef haar hoogdravende brieven, waarin hij vlagen van hartstochtelijk proza afwisselde met suggesties dat ze een piano moest kopen en een goede leraar moest nemen, want ‘muziek is de ziel van de liefde, de zoetheid van het leven, de vertroosting van zorgen en de metgezel van onschuld’. Zijn brieven missen elke overtuiging, wat niet echt verrast.

In het hoofdkwartier in Loano was een nieuwe afgezant van de Conventieaangekomen, Louis Turreau. Aangezien hij pasgetrouwd was, had hij zijn drieëntwintigjarige vrouw meegenomen. De huwelijksreis bleek echter niet zo’n succes, want de bruid liet een oogje vallen op Buonaparte en had binnen de kortste keren een affaire met hem. ‘Ik was toen erg jong, gelukkig en trots op mijn succes,’ schreef hij later, en hij gaf toe dat hij zich door deze uitgelaten stemming tot onverantwoord gedrag had laten verleiden: hij had haar meegenomen op een excursie naar de frontlinie en om indruk op haar te maken had hij een batterij bevel gegeven het vuur op een vijandelijke stelling te openen. De daaropvolgende kanonnade had enkele mannen het leven gekost. Verbitterd verweet hij zichzelf later deze kinderlijke actie.

 

 


Leesfragment

Leesfragment ‘Brieven aan God en andere mensen’ van Paul van Vliet

aan Mijn vader

Lieve Vader,

Wij zeiden nooit Pap of Pappa, maar Vader. De zusjes noemden je in een bui van vertrouwelijkheid nog wel eens Paps, maar ik vond dat kinderachtig. De tijd dat ik je echt kon schrijven is voorbij. Je bent in 1991 gestorven.

Vijf dagen voor je dood zat je nog bij mij in het Circustheater. Dat zal …

Lees verder