Leesfragment

Leesfragment Sodoma

  • 15 februari 2019
  • 3m

Proloog

‘Hij is lid van de parochie,’ fluisterde de prelaat samenzweerderig in mijn oor.

De eerste die deze code in mijn bijzijn gebruikte, was een aartsbisschop van de Romeinse curie.

‘Hij is heel praktiserend. Hij is van de parochie,’ benadrukte hij met gedempte stem toen hij het had over de levensstijl van een beroemde kardinaal in het Vaticaan, een voormalige ‘minister’ van Johannes Paulusii, die we allebei goed kenden.

Hij voegde eraan toe: ‘U gelooft me nooit als ik u zou vertellen wat ik weet.’

Natuurlijk heeft hij het me wel verteld.

In dit boek kruisen we nog verschillende keren het pad van die aartsbisschop, de eerste in een lange stoet priesters die me een realiteit hebben beschreven waarvan ik het bestaan wel vermoedde, maar die velen als fictie zullen beschouwen. Een onwezenlijke wereld.

‘Het probleem is dat men u niet zal geloven als u de waarheid vertelt over de “kast” en de intieme vriendschappen in het Vaticaan. Ze zullen zeggen dat u het hebt verzonnen. Want hier overtreft de werkelijkheid de verbeelding,’ vertrouwde een franciscaan me toe die al meer dan dertig jaar in Vaticaanstad woont en werkt.

Toch hebben tal van personen me die ‘kast’ beschreven. Sommigen maakten zich zorgen over wat ik openbaar zou maken. Anderen verklapten me eerst fluisterend hun geheimen en vervolgens, zonder talmen, hardop de schandalen. Nog anderen waren spraakzaam, buitengewoon spraakzaam zelfs, alsof ze al die jaren hadden gewacht om hun stilzwijgen te verbreken. Een veertigtal kardinalen en een honderdtal bisschoppen, monsignori, priesters en nuntiussen (ambassadeurs van de paus) waren bereid me te ontmoeten. Onder hen bevinden zich openlijk homoseksuelen die elke dag in Vaticaanstad aanwezig zijn en me tot hun wereld van insiders lieten doordringen.

Is het een publiek geheim? Zijn het geruchten? Roddels? Zoals de heilige Thomas moet ik iets kunnen verifiëren om erin te geloven. Dit vergde een uitgebreid onderzoek, waarbij ik mezelf helemaal in de Kerk moest onderdompelen. Ik verbleef elke maand een week in Rome en logeerde zelfs regelmatig in het Vaticaan, dankzij de gastvrijheid van hooggeplaatste prelaten die soms zelf ‘van de parochie’ bleken te zijn. Ik heb ook de wereld rondgereisd, naar meer dan dertig landen, om van geestelijken in Latijns-Amerika, Azië, de Verenigde Staten of het Midden-Oosten meer dan duizend getuigenissen te verzamelen. Tijdens dit lange onderzoek was ik bijna honderdvijftig nachten per jaar op reportage, weg van huis, weg van Parijs.

Tijdens die vier jaar van onderzoek heb ik nooit mijn identiteit als schrijver, journalist en onderzoeker verborgen gehouden om kardinalen en priesters te benaderen, die soms als onbenaderbaar werden beschouwd. Alle interviews zijn onder mijn echte naam gevoerd en mijn gesprekspartners hoefden alleen maar even op Google, Wikipedia, Facebook of Twitter te zoeken om de details van mijn biografie als schrijver en onderzoeksjournalist te achterhalen. Van hoog tot laag flirtten de prelaten vaak wat met me en een paar van hen probeerden me – het was sterker dan henzelf – actief of zelfs met overgave te versieren. Dat is nu eenmaal het risico van het vak!

Waarom hebben mensen die hier gewoonlijk over zwijgen toch toegestemd de omerta te verbreken? Dat is een van de mysteries van dit boek en ook zijn bestaansreden.

Wat ze mij hebben verteld, was lang onuitsprekelijk. Twintig jaar geleden, of zelfs maar tien jaar geleden, was het moeilijk geweest dit werk uit te geven. De wegen van de Heer zijn lange tijd, als ik mij zo mag uitdrukken, ondoorgrondelijk geweest. Vandaag is dat minder het geval omdat het aftreden van Benedictus xvi en de hervormingswil van paus Franciscus bijdragen aan het open debat. Door sociale media, de toenemende stoutmoedigheid van de pers en de talloze zedenschandalen waarbij katholieke geestelijken zijn betrokken, is het mogelijk en noodzakelijk dat geheim nu te onthullen. Dit boek heeft het dus niet gemunt op de Kerk als geheel, maar op een zeer specifieke ‘soort’ gaycommunity, en vertelt het verhaal van het leeuwendeel van het College van Kardinalen en het Vaticaan.

Veel kardinalen en prelaten die in de Romeinse curie zetelen, de meerderheid van degenen die in conclaaf gaan onder de fresco’s van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel – een van de meest grandioze taferelen uit de gaycultuur vol viriele lichamen en ignudi, gespierde, naakte jongelingen – delen dezelfde ‘voorkeuren’. Ze delen iets met elkaar, als een ‘familie’. Zoals een priester me met een knipoog naar de discocultuur toefluisterde: ‘We are family!’

De meeste monsignori die tussen het pontificaat van Paulus vien dat van Franciscus op de buitenloggia van de Sint-Pietersbasiliek het woord hebben genomen om bedroefd de dood van de paus mee te delen of om met oprechte blijdschap ‘Habemus papam!’ uit te roepen, delen allemaal hetzelfde geheim. È bianca!

Of ze nu praktiserend, homofiel, ingewijd, unstraight, werelds, flexibel, questioningcloseted zijn of eenvoudigweg ‘in de kast’ zitten: de wereld die ik heb ontdekt, met zijn vijftig tinten gay, gaat het verstand te boven. Het persoonlijke verhaal van die mannen die zich in het openbaar vroom voordoen maar achter gesloten deuren een heel ander leven leiden, is een complexe kwestie die moeilijk te ontwarren is. Schijn bedriegt, misschien wel nergens meer dan in deze instelling, en de principeverklaringen over het celibaat en de geloften van kuisheid zijn al even bedrieglijk, want hierachter schuilt een totaal andere realiteit.


Nieuws

Nieuw blog van Willem Meiners: over AH, Shell, Philips en de kleindochter van oma Meulenkamp

Willem Meiners woont sinds 1991 in Amerika. Hij bereisde alle 50 staten en ontdekte dat Amerika op dit moment Nederlandser is dan ooit tevoren. In De Dutch Touch vertelt hij het onwaarschijnlijke en grotendeels onbekende succesverhaal van Nederland in Amerika. Geen geschiedenisboek of feitenverhandeling, maar met humor en kennis van zaken neemt hij ons mee door een nieuwe ontdekking …

Lees verder