Leesfragment

Leesfragment: Wael

  • 18 februari 2019
  • 3m

Leesfragment uit Wael. Het verhaal van een jongen uit Syrië, opgetekend door Suzanna Jansen

Ratatatata

18, 19 april 2011

“De grote protesten begonnen in een arme wijk, in Bab al-Sebaa bij het centrum. Het kan niemand schelen wat er met die mensen daar gebeurt, niemand beschermt ze. Ze worden erg door de regering onderdrukt. Bij de demonstraties op 16 en 17 april werden iets van twaalf mensen door de National Security gedood.

Op maandag 18 april kwam iedereen naar de grote moskee op het Plein van de Klok. Heel veel mensen gingen mee om de doden te begraven. Tot in de straten waren ze aan het bidden. Ze liepen mee naar de begraafplaats, daarna gingen ze naar het centrale plein. Ze wilden niet naar huis. Iedereen was erg boos. Het protest werd geleid door de sjeiks, de geestelijk leiders van de moskee.

Die sjeiks zijn soenniet, maar dat deed er toen helemaal niet toe. Ik heb gemerkt dat veel mensen in Nederland denken dat de oorlog een conflict is tussen verschillende religieuze stromingen, maar dat was toen helemaal niet zo. Ik wist niet eens of mijn vrienden soenniet waren of alawiet of sjiiet, dat is er pas later bij gekomen.

Op het Plein van de Klok eiste iedereen een andere gouverneur en dat de agenten werden gestraft die op de demonstraties hadden geschoten. Mensen brachten tenten mee, ze gingen zitten kaarten, ze rookten shisha, waterpijp. Ze waren van plan om lang te blijven. Ik ging er na mijn werk ook naartoe. Haya was er al, die zat ergens shisha te roken. De demonstranten hadden een soort checkpoints gemaakt om te zorgen dat er geen wapens het plein op werden meegenomen.

De politiechef wilde wel praten met de sjeiks, maar alleen als die eerst de mensen naar huis stuurden. De sjeiks vertrouwden dat niet. En toen bleek dat het leger ondertussen zwaar wapentuig naar het plein had gebracht.

Kijk, hier, het staat op YouTube. De mensen scanderen: ‘Vrijheid, vrijheid, vervang de gouverneur’. En ineens roepen ze iets anders: ‘Ze vallen aan! Ze vallen aan!’

Hoor je dat? Ratatatata. Ratatatata.

Je rent. Je weet niet waarheen. Je weet niet op wie je trapt. Je rent. Je blijft rennen. Ratatatata. Ratatatata. Het stopte niet. Ik zag de pickups met automatische wapens en ik dacht: ze willen ons alleen bang maken, maar nee, ze schoten gericht. Ik wist niet waar mijn vriendin was. Ik dacht, ik moet terug om haar te zoeken, maar de kogels gingen maar door. Ze kwamen overal vandaan. Ik wist niet  waarvandaan. Een vriend van mij had zich verstopt op het plein. Hij zag een kind van een jaar of veertien, huilend. En een soldaat schoot dat kind gewoon dood.

Zodra ik veilig was, belde ik Haya. Ze nam gelukkig op. Ze was net voor het schieten begon naar huis gegaan. Ik was zo opgelucht. Maar weet je wat ze toen deden? Ze verbrandden de lichamen op het plein, dat heb ik gehoord. Nog altijd zijn er mensen die niet weten wat er met hun kinderen is gebeurd. Zijn ze dood? Verbrand? In de gevangenis? Ze zeggen dat er die dag honderden doden vielen, alleen in Homs. Ik weet niet hoeveel het er echt waren en wat er precies is gebeurd, maar heel Homs was woedend. Bijna iedereen koos toen voor de kant van de revolutie. Het was duidelijk: we moesten iets doen.”

[…]

De waarschuwing

29 juni 2013

“Ik kende de bodyguard van een neef van de president. Dat kwam door mijn werk voor Shabab al-Khair. Ik had daar een keer drie grote trucks van World Food Programme met voedselhulp de stad in moeten loodsen. Ze stonden buiten Homs, maar ze kregen geen toestemming verder te rijden. Ik was naar het kantoor van de burgemeester gegaan om dit met zijn assistent te regelen. Het was heel stressvol. Toen ik het papier eindelijk kreeg, moest ik per taxi naar de trucks, en daarna met die enorme wagens de stad in. Er waren overal checkpoints van het leger, met tanks en alles. Op de weg bij Babaa Amro is een grote rotonde. Daar moesten we langs. Je moet daar iedereen iets geven, dan kun je doorrijden. Maar bij de rotonde waren drie officieren die bij elkaar negen porties wilden. Dat was eten voor negen families voor een maand. En ze wilden ook nog drie pakken met elk twaalf flessen olie. Dat was te veel.

Ik zei: ‘Dat kan niet. Daar moeten we families mee voeden die niks hebben.’

Ze haalden hun schouders op. ‘Dan laten we je niet door.’

Ik zei: ‘Dat kan echt niet. Het eten is nodig. En we hebben toestemming van de burgemeester.’

Een van de officieren pakte dat papier en verscheurde het. ‘De burgemeester kan mij niets schelen.’

Toen gingen we onderhandelen.

‘Zes pakketten en één pak olie,’ zei ik, ‘anders gaan we weg.’

Ik hoorde de chauffeurs van de trucks achter mijn rug zeggen dat ze helemaal niet weg zouden gaan. Dat hielp ook niet. Maar na veel gedoe kwamen we er toch uit en mochten we door.

Na afloop ging ik naar de assistent van de burgemeester om te vertellen wat er was gebeurd, omdat dit echt niet kon. Hij zei dat ik de volgende keer een bewaker moest meenemen. Als ik die wat zou geven, zouden we verder geen problemen hebben. Hij vertelde waar ik die man kon vinden, en ik ging op een dag alvast kennismaken.

Ik vond hem bij de villa van de neef van de president, in militair gebied. Een grote man met een grote baard en grote wapens en gouden tanden en alles. Hij hoorde me aan, en vond het oké. Vanaf dat moment ging hij steeds mee als er trucks met voedsel de stad in moesten, en hadden we inderdaad geen problemen meer. We raakten min of meer bevriend.

Kort na mijn vertrek bij Shabab al-Khair, toen ik het uitstel voor het leger had gekregen, of tenminste, toen ik dacht dat ik het had gekregen, zocht hij me op. Ik weet niet meer of ik hem een vriend moet noemen of een vijand.

Hij zei: ‘Je staat op de lijst van de checkpoints, ze moeten je aanhouden. Je moet het leger in.’

Ik schrok me kapot.

Hij ging verder: ‘Ik kan jou arresteren, maar ik waarschuw je één keer omdat je mijn vriend bent. De volgende keer dat ik je zie pak ik je op.’

Toen pas begreep ik wat er was gebeurd. De man die mijn papieren had getekend, had wel zijn handtekening gezet op míjn formulier, maar had mijn uitstel niet in het register van het leger aangetekend. Dat kon niet meer teruggedraaid worden, de checkpoints hadden de lijst al. Ik kon nu overal worden gearresteerd.

Ik begreep meteen dat ik weg moest. En heel snel.”


Nieuws

Nieuw blog van Willem Meiners: over AH, Shell, Philips en de kleindochter van oma Meulenkamp

Willem Meiners woont sinds 1991 in Amerika. Hij bereisde alle 50 staten en ontdekte dat Amerika op dit moment Nederlandser is dan ooit tevoren. In De Dutch Touch vertelt hij het onwaarschijnlijke en grotendeels onbekende succesverhaal van Nederland in Amerika. Geen geschiedenisboek of feitenverhandeling, maar met humor en kennis van zaken neemt hij ons mee door een nieuwe ontdekking …

Lees verder