Leesfragment

Angst en vrijheid

  • 12 januari 2018
  • 3m

Fragment uit Angst en vrijheid. Hoe de Tweede Wereldoorlog ons voorgoed veranderde van Keith Lowe.

Het einde van de wereld

Op de ochtend van 6 augustus 1945 was een Japanse docent, Ogura Toyofumi, op weg naar het centrum van Hiroshima toen hij getuige was van een gebeurtenis die de geschiedenis zou veranderen. Ongeveer vier kilometer verderop, boven het centrum van de stad, zag hij een verblindende lichtflits: hij was blauwachtig wit, als het licht van een magnesiumflitser van een fotograaf. Hij was echter zo gigantisch dat hij de hemel leek open te splijten. Verbijsterd gooide hij zich op de grond en keek. Na de flits steeg een enorme zuil van rode vlammen en rook kilometers de hoogte in, ‘als lava van een vulkaan die in de lucht tot uitbarsting was gekomen’.

De aanblik was even mooi als afgrijselijk. ‘Ik weet niet hoe ik het moet omschrijven. Een gigantische wolkenzuil die elke beschrijving tartte, rees afschuwelijk kolkend en ziedend omhoog. Hij was zo enorm dat hij een groot deel van de blauwe hemel aan het zicht onttrok. Toen begon de top ervan in te zakken, als een enorme donderwolk die uit elkaar viel, en de hele bovenkant begon zich naar buiten toe te verspreiden. […] De vorm ervan veranderde voortdurend, en de kleuren waren caleidoscopisch. Hier en daar flitste het van de kleine explosies.’

Hij had nog nooit zoiets gezien en dacht heel even dat hij getuige was van een of andere goddelijke gebeurtenis: misschien een vuurzuil, zoals Mozes in het Oude Testament had gezien, of een manifestatie van de boeddhistische shumisen-kosmos. Terwijl religieuze en mythologische beelden aan zijn geestesoog voorbijschoten, besefte hij evenwel dat geen daarvan ook maar in de buurt kwam van het overweldigende tafereel dat zich voor hem ontvouwde. ‘De naïeve concepten en fantasieën van de ouden konden dit verschrikkelijke schouwspel van wolken en lichtflitsen dat aan het firmament werd opgevoerd onmogelijk beschrijven.’

Vlak daarna werd Ogura getroffen door de klap van de kernexplosie, die hij doorstond door zichzelf plat tegen de grond te drukken. Overal om zich heen hoorde hij ‘het ontzagwekkend breken, knappen en kraken van huizen en gebouwen die aan stukken werden gereten’. Hij dacht ook dat hij mensen hoorde gillen, hoewel hij achteraf nooit zeker geweten heeft of die kreten echt waren geweest of slechts het product van zijn verbeelding.

Toen Ogura een paar tellen later weer opstond, bleek zijn omgeving totaal veranderd. Van wat ooit een bloeiende stad was geweest – de op zes na grootste van Japan – restte opeens niet meer dan puinhopen, skeletten van huizen, geblakerde ruïnes. In shock beklom hij de top van een nabijgelegen heuvel om de schade te overzien voordat hij voor nader onderzoek naar het stadscentrum vertrok.

De aanblik verbijsterde hem. ‘Hiroshima bestond niet meer. […] Ik kon het niet geloven. Waar ik ook keek, zag ik een uitgestrekte zee van rokende puinhopen en ruïnes. Hier en daar stonden enkele betonnen gebouwen nog als vale grafstenen overeind, waarvan er vele in rook waren gehuld. Dat was alles wat er was, zover het oog kon zien. […] Er was totaal geen verschil tussen de aanblik in de verte en het tafereel vlakbij. […] Hoe ver ik ook liep, de zee van ruïnes die zich aan beide zijden van de weg uitstrekte brandde en walmde nog steeds. […] Ik had verwacht een enorme verwoesting te zien, maar tot mijn verbijstering zag ik dat het gebied volledig was weggevaagd.’

Ogura’s beschrijving van Hiroshima was een van de eerste die in Japan werden gepubliceerd. Ze is gegoten in de vorm van een reeks brieven aan zijn bij de explosie omgekomen vrouw, waarin Ogura probeert te begrijpen hoe zijn woonplaats in één klap van een wereld van de levenden was veranderd in een wereld van de doden. Het boek staat vol infernale taferelen van grotesk verminkte lijken en van overlevenden die zo afschuwelijk verbrand waren dat ze nauwelijks als mensen te herkennen waren. Regelmatig verwijst hij naar het ‘inferno’, naar de ‘boeddhistische versie van de hel’ en naar het ‘brandende einde van Sodom en Gomorra’. Op de laatste bladzijden noemt Ogura zelfs een tyfoon die Hiroshima een maand na het einde van de oorlog trof en die de schrijver herinnerde aan ‘de zondvloed uit de tijd van Noach’. Wat Ogura had ervaren, was dan ook niet slechts de vernietiging van een enkele stad, maar iets wat leek op Armageddon zelf, zoals ook blijkt uit de Engelse titel van zijn boek, Letters from the End of the World.

Zulke apocalyptische visioenen waren gebruikelijk onder de overlevenden van Hiroshima. De romanschrijver Ota Yoko, die ook een van de eerste verslagen van het bombardement schreef, kon geen andere redelijke verklaring vinden voor de snelheid waarmee alles was verdampt: ‘Ik kon gewoon niet begrijpen waarom onze omgeving in één klap zo enorm veranderd was. […] Ik dacht dat het misschien veroorzaakt was door iets wat niets met de oorlog te maken had, de ondergang van de aarde die volgens sommigen aan het einde van de wereld zou plaatsvinden, en waarover ik als kind had gelezen.’ Net als Ogura zocht zij naar bovennatuurlijke oorzaken en vroeg zich af of de hele oorlog niet een soort ‘kosmisch verschijnsel’ was, veroorzaakt door een of andere enorme spookverschijning die de wereld wilde vernietigen.

Ook duizenden andere overlevenden geloofden, althans voor een tijdje, dat ze getuige waren van het einde der tijden. Elke historicus die gedetailleerd onderzoek doet naar de ooggetuigenverslagen van Hiroshima komt keer op keer dezelfde zinsneden tegen: ‘taferelen uit de hel’, ‘een levende hel’, ‘de hel op aarde’, ‘de wereld van de doden’, ‘alsof de zon uit de hemel was gevallen’, ‘ik had een afschuwelijk eenzaam gevoel dat verder iedereen in de wereld dood was’. Sommige getuigen kunnen hun ervaring van die dag nog steeds niet in overeenstemming brengen met de wereld zoals die voor het bombardement was geweest, of zelfs met de wereld zoals die daarna ontstaan is: het is alsof ze getuige zijn geweest van een gebeurtenis in een alternatieve werkelijkheid die volledig losstond van de onze. Een overlevende schreef veertig jaar later: ‘Als ik terugkijk op die dag, heb ik het gevoel dat het geen menselijke wereld was en dat ik de hel van een andere wereld zag.’


Leesfragment

Zonnebrandwitje

Leesfragment uit Het antirimpelcomplex van Robin van Wechem

 

Zonnebrandwitje

Als het weer tijd is voor zonnebrandcrème, ga ik op zoek naar

een product met een fysisch filter. In de winkel twijfel ik tussen

factor 20 en 30. De verkoper legt uit dat de factor alleen zegt hoelang

je in de zon kunt blijven zonder te …

Lees verder