Leesfragment

De achterkant van Nederland

  • 9 januari 2017
  • 4m

Fragment uit De achterkant van Nederland. Hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken van Pieter Tops en Jan Tromp.

Bedreigde burgemeesters

Waar zit dan die ondermijning? De burgemeester: ‘We hebben hier mensen die rondrijden in vreselijk dikke auto’s, de arm vorstelijk buiten het portierraam gestoken. Ze willen maar één ding laten zien: wij zijn hier de baas.’

We zochten de burgemeester op, omdat we een boud verhaal hadden gehoord over keihard bedreigen. Hij zou in een vorige gemeente waar hij in het ambt had gestaan een paar kampers hebben aangezegd dat ze moesten vertrekken. Een vader en vier zoons waren het. Die kwamen langs op het gemeentehuis, vroegen belet. ‘We zijn even bij je huis wezen kijken,’ hadden ze de burgemeester toegevoegd, ‘we komen d’r wel in, maak je geen zorgen.’

Later bleek dat ze een brandstichter hadden ingehuurd. Die zou de burgemeesterswoning in de hens zetten. De politie was tijdig op de hoogte. ‘Uiteindelijk zijn ze m’n dorp uit gezet. Opgerot, wegwezen.’

Hij is laconiek, deze burgemeester, hij laat zich niet gauw gek maken. In Waalre is het monumentale gemeentehuis afgefakkeld. De burgemeester van Helmond moest onderduiken in het buitenland. Op verschillende plaatsen in het land vatten burgemeestersauto’s vlam, ogenschijnlijk spontaan.

Ooit was het burgemeesterschap een braaf beroep, voor gezeten burgerheren die een goede sigaar en een goed gezelschap nog op juiste waarde wisten te schatten. Nu zijn het frontsoldaten, naast de onderwijzer, de buschauffeur, de nachtportier. Eenzaamheid ligt op de loer voor burgemeesters. ‘Ik heb het wel gehad dat ik zaken voor me hield in het college,’ zegt een oud-burgervader. ‘Omdat ik niet voor iedereen mijn hand in het vuur kon steken. Zo simpel is het.’

We zijn op bezoek bij de burgemeester van Gilze-Rijen, een stille gemeente in het Brabantse land tussen Tilburg en Breda. Sluipende ondermijning van de rechtsregels, die gepaard gaat met intimidatie van bestuurders, komt op meer plaatsen in Nederland voor, maar Brabant, Zeeland en Limburg zijn de frontgebieden. Georganiseerde misdaad verschuift naar het zuiden. Waarom dat zo is, is een zaak van veronderstellingen: je bent als crimineel dicht bij de grens en sowieso kun je in landelijk gebied betrekkelijk gemakkelijk onder de radar blijven.

Volgens de burgemeester is de ondermijning al ver gevorderd. Hij ziet het aan het straatbeeld. ‘We hebben hier mensen in het dorp die rondrijden in vreselijk dikke auto’s, de arm vorstelijk buiten het portierraam gestoken. Ze willen maar één ding laten zien: wij zijn hier de baas, wij hebben het hier voor het zeggen.’

Hij had een Turkse meneer sluiting van een van diens panden aangezegd. Er was een wietplantage aangetroffen. De man kwam verhaal halen op het gemeentehuis. De burgemeester ontving hem. Hij doet voor hoe strak, hoe woest dreigend de man hem aankeek. ‘Hij zei niks. Maar zijn ogen zeiden: je durft het toch niet.’

Is hij bang? De burgemeester zegt van niet.

Ik ga ervan uit dat ze zich wel drie keer bedenken voordat ze een bestuurder aanpakken. Als je je door angst laat leiden, is het einde zoek. Dat is mijn overtuiging, echt, mijn heilige overtuiging. Ik zeg het thuis ook, ik zeg: ‘Ik ben niet bang, ik ben voorzichtig.’ Maar ik kan het niet maken dat ik doe alsof er niets gebeurt.

Het aantal collega’s van hem dat wegkijkt, neemt af, is zijn indruk. Tot niet zo heel lang geleden ontmoette hij burgemeesters die met uitgestreken gezicht konden melden dat zij geen wietkwekerijen kenden binnen hun gemeentegrenzen, laat staan met intimidatie van doen hadden. Hijzelf rolt in Gilze- Rijen elke twee weken drie plantages op. Dat is zo ongeveer zijn score.

Hij denkt dat het bedreigen van bestuurders als min of meer alledaags verschijnsel nog om zich heen grijpt. Voor criminelen staan er grote financiële belangen op het spel; die geven ze niet zomaar op. Tegelijk is het zijn indruk dat burgemeesters weerbaarder worden. Tot hier en niet verder.

Hijzelf is daar in elk geval een blakend voorbeeld van: ‘Het openbaar bestuur moet de baas blijven in onze gemeenschappen. Als dat op de tocht komt te staan – en dat dreigt, dat dreigt echt –, kunnen we inpakken.’

Hij is toch geen martelaar? ‘Nee, dat ben ik niet,’ bezweert hij. ‘Maar het overeind houden van de rechtsstaat zie ik wel als mijn belangrijkste taak. Ik doe het niet alleen. Alle medewerkers hier op het gemeentehuis weten ook hoe belangrijk het is. Dus als er hier iemand aan het loket komt en die wil een of andere vergunning… Alert! Alert! Wat gebeurt hier? En direct allemaal erin springen, hè. Alert!’

Gilze-Rijen is in zijn rommeligheid een beetje een Belgisch dorp. Geen huis is gelijk aan een ander en toch is het weinig karakteristiek. Links van de spoorbaan, aan het begin van de Julianastraat, heeft de burgemeester een pand laten sluiten, een lelijke, witte doos is het. Het bleek dat een paar Turken er een jong Bulgaars meisje hielden, met achter in het huis een gigantische wietplantage.

Rechts, aan het begin van de Hoofdstraat, ligt café De Heeren van Rijen, ‘the place to beer’. Verderop heb je wat wonderlijke winkels als De Gordijnenconcurrent en Jan van Hoeckel, ‘reparatie van elektrisch handgereedschap’. Een groot bord boven de ingang van de Maria Magdalenakerk kondigt een ‘gespreksavond over Jezus’ aan.

De burgemeester vertelt van No Surrender, de motorclub. Men probeerde vaste voet aan de grond te krijgen in Rijen. Bestuursleden van de motorclub meldden zich als belangstellenden voor een pand dat hij had laten sluiten. Het was eerst een bordeel geweest en vervolgens was er een kwekerij, drogerij en knipperij van wiet ingericht.

Als je het durft als burgemeester, kun je de boel sluiten, die bevoegdheid heb je. ‘Ik heb op een gegeven moment gezegd: “Weet je wat, we kopen dat pand zelf, dan zetten we ze definitief de voet dwars.” Ik had goeie redenen, er was al eens iemand doodgeschoten, de buurt stond doodsangsten uit. Voor één miljoen hebben we het gekocht, 5000 vierkante meter, we gaan het ontwikkelen, op een nette manier.’

En No Surrender begint een straat verderop toch opnieuw?

De burgemeester erkent dat de motorclub in een dorp iets verderop is neergestreken, net over de grens met België. Zo bezien wordt het probleem niet opgelost, maar uitsluitend geëxporteerd, toch?

De burgemeester haalt de schouders op: ‘Ja, zo kun je het noemen. En dan zeg ik tegen mijn collega’s daar: “Jongens, toe maar, wees ook maar eens flink.”’

Hij heeft veel te stellen, zegt hij, met het Turkse deel van zijn bevolking. In Rijen wonen 2400 Turken. De burgemeester: ‘En ze kennen elkaar, ze weten van elkaar hoe ze aan hun geld komen. Legaal of illegaal. Dat weten ze.’

Wat je aan de achterkant van Nederland overal tegenkomt, in elke gemeenschap die haar eigen ordening kent, is een nagenoeg volmaakte zwijgcultuur. Steeds vaker proberen de autoriteiten hun burgers aan te spreken: ‘Weet wel wat zich onder je ogen aan onregelmatigheden allemaal afspelen? Dat is niet normaal. Niet normaal! Daarin behoor je niet mee te gaan.’

Maar vooralsnog is het een bede zonder veel gehoor.


Leesfragment

Hoe zwaar is licht

Fragment uit Hoe zwaar is licht. Meer dan 100 dringende vragen aan de wetenschap, samengesteld door Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan. In Hoe zwaar is licht beantwoorden de beste wetenschappers uit Nederland – jong, oud, gevestigd, aanstormend, alfa, bèta, gamma – meer dan honderd belangrijkste en meest sprekende vragen aan de wetenschap.

Kunnen …

Lees verder