Leesfragment

De laatste kamer

  • 24 november 2017
  • 5m

Fragment uit De laatste kamer. Een ontrafeling van een moordzaak van Geert-Jan Knoops.

First day in court

De ochtend van de herzieningszitting zat ik al om vijf uur over mijn pleidooi gebogen. Ik wilde dat het perfect zou zijn. De dag ervoor hadden we er met z’n drieën nog hard aan gewerkt en elke nieuwe informatie in de tekst verwerkt.

Carry en Marritta hadden in het hotel ook de vriendin van Andy, Ichanti, gesproken en van haar een verklaring opgenomen. Lucio had haar naar ons hotel gebracht. Ze had de zorg voor haar twee kinderen al lang daarvoor overgedragen aan de zuster van Andy in Nederland. Ichanti had aangegeven helaas niet meer voor ze te kunnen zorgen.

Ichanti was een kleine, fijngebouwde vrouw. Een zorgzaam type met een zachtaardig karakter. Ze moest regelmatig huilen toen ze vertelde hoe zij in 2005, ze was toen nog geen achttien, door de recherche was behandeld. Ze was nu bijna vijfentwintig. Ruim zeven jaar lang had ze met de wetenschap rondgelopen dat de vader van haar kinderen onschuldig vastzat. Het had haar getraumatiseerd.

Carry en Marritta gingen voorzichtig met Ichanti om. Ichanti moest zich op haar gemak voelen. Carry en Marritta voelden de pijn bij de jonge vrouw goed aan en gaven haar een gevoel van vertrouwen. Dat had bij haar een forse deuk opgelopen. De verklaring die Ichanti ondertekende, ondersteunde Andy’s alibi. Ik was er blij mee.

De zon was al aan het opkomen. In mijn eigen exemplaar van het pleidooi plaatste ik met pen nog een aantal aantekeningen en argumenten die bij mij waren opgekomen naar aanleiding van alle indrukken van de laatste drie dagen op het eiland. Het feit dat wij enkele dagen vóór de zitting naar Bonaire waren gekomen, had ons informatie van onschatbare waarde opgeleverd. De gesprekken met Andy, Nozai en diens ouders, de ‘expeditie’ naar Spelonk, het interview met Ichanti: dit alles maakte dat ik op de zitting de film voor de rechters kon terugspoelen naar 15 juli 2005.

Ik keek op mijn horloge. Het was zeven uur. Ik zat alweer twee uur in de dossierstukken gedoken. Ik keek naar Carry. Ze sliep nog. De dagen waren voor ons uitputtend geweest. De hitte en emotie eiste veel van het lichaam. Ik besloot iets te gaan doen wat mijn geest volledig in de trance van het proces zou zetten. Vijf minuten later rende ik in mijn sporttenue langs de zee. Ik sloot mij af van de buitenwereld en rende, rende zo ver ik kon. Het zweet gutste uit mijn lichaam. Mijn geest kwam vrij. Ik rende naar de denkbeeldige deur van de ‘laatste kamer’ die ik in de verte zag.

Tijdens mijn hardloopronde die ochtend was ik er al langsgekomen, de rechtbank van Bonaire. In het kleine, lage gebouw, waren Andy en Nozai in januari 2006 door het Gerecht in eerste aanleg veroordeeld. Het zou mijn nieuwe werkterrein worden. De drie rechters van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, dat op Curaçao gevestigd was, werden voor onze zitting speciaal ingevlogen naar Bonaire.

Rond één uur ’s middags zette Sigfried ons team bij de rechtbank af. We liepen met onze dossiers de binnenplaats van de rechtbank op. Deze kwam uit bij twee deuren. Een deur naar de griffie en de kantoren van de rechtbankstaf. De andere deur was de deur naar de rechtszaal. We hadden ervoor gezorgd om ruim op tijd voor de zitting in de zaal te zijn om de twee plattegronden klaar te zetten. Ook wilde ik de opstelling in de rechtszaal zien.

De zittingszaal was niet groter dan twee gemiddelde huiskamers. De muren hadden dringend een schilderbeurt nodig. Op sommige plaatsen op de muur was de verf aan het afbladderen. Alles was van hout tot en met de verhoging waar de drie rechters zouden plaatsnemen. Vanuit de zaal bekeken zou aan de linkerzijde van de rechters op het podium de aanklager plaatsnemen.

De advocatentafel was veel te klein voor ons team van vier advocaten. Het had de grootte van een klein bureau. Carry ondernam direct actie, ze liep naar de griffie en vroeg of we twee extra tafels konden krijgen. Terwijl de gerechtsbode de twee tafels bijzette, maakte Carry een herindeling van onze opstelling in het zaaltje. Dick en ik plaatsten een statief, dat we hadden meegenomen uit het hotel, voor het podium van de rechters. Daaraan hingen we de plattegrond van Bonaire en de kaart met de locatie van de telefoniezendmasten. Lucio had voor ons op de grote plattegrond de route ingetekend, van Nozais huis tot de ingang van het Bolivia-terrein, die Nozai die nacht volgens de veroordeling in nog geen twintig minuten moest hebben afgelegd. Hij had alle locaties die van belang waren op de kaart gemarkeerd. Daarnaast had Lucio de positie van de gevangenis ingetekend en de route die Andy die nacht rond de gevangenis had gereden. Met de kaart van de zendmasten gaf dit een goed beeld.

Toen we met onze voorbereidingen bezig waren kwam een man de rechtszaal binnen. Hij droeg een toga over zijn arm, in zijn andere arm droeg hij een dossier. Het was een man met een middelgroot postuur. Hij had licht krullend, blond haar en lichtblauwe ogen. Ik vermoedde wie hij was.

‘U bent Serge Lukowski?’ vroeg ik toen de man naar mij toe liep.

‘Inderdaad. En u bent advocaat Knoops?’

Ik knikte. Wij gaven elkaar de hand.

Ik stelde Lukowski aan ons team voor.

Hij was in deze zaak de advocaat-generaal, de aanklager bij het Hof van Justitie. Hij zou het Openbaar Ministerie vertegenwoordigen in het herzieningsproces. Ik kende hem niet. Lukowski was een Nederlandse officier van justitie die voor een aantal jaren in het Caribisch-Nederlands gebied was gestationeerd.

‘Zo, bent u er klaar voor?’ vroeg hij mij.

‘Dat weet je in ons vak nooit,’ zei ik met een lach.

Lukowski glimlachte eveneens.

‘Ik heb nog een nieuwe getuigenverklaring die we pas gisteren hebben verkregen,’ zei ik.

De advocaat-generaal fronste even zijn wenkbrauwen. Advocaten en aanklagers willen liever niet vlak voor een zitting verrast worden met nieuwe dossierstukken.

‘Het is een korte verklaring van de vriendin van Melaan, de moeder van zijn kinderen.’

Ik overhandigde Lukowski een kopie van Ichanti’s verklaring.

‘Zij verklaart hierin dat zij er getuige van was dat Andy op 15 juli 2005 ’s middags het verzoek van zijn broer Jarvis kreeg om een mobiele telefoon de gevangenis in te smokkelen. Jarvis zat daar toen vast. Andy is die avond om die reden van huis weggegaan, aldus de getuige.’

Lukowski keek naar de verklaring. We hadden een kopie van Ichanti’s identiteitsbewijs aan haar getuigenverklaring gehecht.

‘Interessante verklaring,’ zei hij slechts. De advocaat-generaal liet niet merken hoe hij over de zaak dacht. Ik vond het ook niet professioneel om hem voor de zitting naar zijn standpunt te vragen. In veel herzieningszaken heeft het Openbaar Ministerie een negatief oordeel. Als strafpleiter weet je niet beter dan altijd uit te gaan van het worstcasescenario.

Serge Lukowski liep door naar zijn plaats op het podium.

Ik keek op mijn horloge. We hadden nog tien minuten. Pascale kwam ons waarschuwen. Wij mochten ons even komen voorstellen aan de drie rechters van het hof. Ik had hierom gevraagd. Mijn patroon had mij geleerd om, wanneer je als advocaat voor een rechtbank moet optreden die nieuw voor je is, jezelf aan de rechter voor te stellen. Carry, Marritta, Pascale en ik kregen toestemming van de griffier om ons voor te stellen. Wij liepen door de gang achter de zittingszaal naar de kamer van de rechters.

Mr. Jurjen den Haan, de voorzitter van de strafkamer van het hof, en zijn twee collega’s drukten ons even later in de raadkamer de hand. Het was een korte en beleefde ontmoeting. Ik dankte het hof namens ons team dat we de kans hadden gekregen, door middel van het verleende verlof, om deze herzieningszaak voor Andy en Nozai te mogen bepleiten.

We keerden terug naar de zaal. Deze was intussen goed gevuld. Ik zag de ouders van Nozai en ook de vader van Andy in de zaal zitten. Andy’s vader was op verzoek gekomen. Ik wilde Andy nog tijdens het herzieningsproces op vrije voeten zien te krijgen. Andy’s vader was bereid om Andy bij hem onderdak te geven. Voor de beeldvorming van het hof was het goed dit direct uit de mond van de vader te horen.

Linksvoor zat de lokale pers op de eerste houten bank. Vóór de pers zat op een stoel Dick Gosewehr. Hij bewaakte de twee plattegronden, die op de statieven klaarstonden, alsof het zijn kinderen waren.

Enkele minuten voor halftwee werd Andy, geboeid aan handen en voeten, geëscorteerd door drie bewakers, de zaal binnengeleid. Hij werd midden voor het podium van de rechters op een stoel naast Nozai gezet. Ze zaten beiden vlak bij mij. Ik zat links aan de advocatentafel, naast mij zat Carry, dan Marritta en als laatste op de rij zat Pascale. Een indrukwekkend team. Lucio zat links naast Nozai en Andy. Hij zou de tolk assisteren bij de vertaling naar het Papiamentu. Iedereen zat dicht op elkaar vanwege de kleine ruimte.

Ik keek naar de twee jongens. Ze hadden zich keurig aan onze kledinginstructies gehouden. Dat was altijd onderdeel van mijn procesvoorbereiding. Nozai had zijn oorbel uitgedaan en een wit overhemd met lange mouwen aangetrokken om zijn tatoeages op zijn onderarmen te verbergen. Andy had zijn haar kort geknipt, de staart was eraf. Hij had van zijn vader een net overhemd gekregen.

Het was precies halftwee. We waren er klaar voor.


Nieuws

Video: Pieter Winsemius over creativiteit

‘Raamwerken in je leven helpen je enorm, maar het houdt je ook af van vernieuwing. Het remt je’. Hoe raak je die raamwerken kwijt en hoe wordt je eigenlijk creatief? Oud-minister Pieter Winsemius schreef een aanstekelijk boek over het geheim van creativiteit en intuïtie.

Hieronder een korte introductie op creativiteit.

 

 

Lees verder