Leesfragment

Het jeneverglas door Olaf Koens

  • 3 november 2015
  • 2m

Journalist Olaf Koens schreef mee aan Nederland. Een objectief zelfportret in 51 voorwerpen. Hieronder is zijn mooie en persoonlijke bijdrage over het jeneverglas in zijn geheel te lezen.

Jeneverglas

door Olaf Koens

Knap! Het dunne glas dwarrelt naar de bodem van de spoelbak. Alleen het voetje heb je nog in de hand. Je vingers bloeden. Tussen de plastic borstels zitten minuscule glasdeeltjes gevangen. Je hoort het niet alleen schuren wanneer je een bierglas spoelt, je voelt het ook. Glas-op-glas. De vingers krijgen pleisters, de spoelbak wordt omgespoeld.

Mijn herinneringen uit 1997 zijn vaag. Prinses Diana kwam om het leven. Titanic draaide in de bioscoop, ik zat in de brugklas en mijn ouders hadden een bruin café in het Friese stadje Sneek. Het was niet zomaar een café, nee, het was een bruin café. Mijn vader noemde zich niet de uitbater, hij was niet de kroegbaas, maar de kastelein. Een kassa hadden we niet. Mijn vader bewaarde alle handgeschreven rekeningen in een lessenaar. Bellen mocht bij hoge uitzondering, maar moest per tik worden afgerekend. In guldens.

Er klonk – zoals het hoort – geen muziek in het bruine café. Er klonk geroezemoes. Op de achtergrond sijpelde het water van de spoelbak middels een ingenieuze, langwerpige constructie langzaam weg.

Ik mocht de glazen spoelen. De drie borstels in het kabbelende water waren op maat gemaakt voor bierglazen. De simpele wijnglazen die mijn vader niet bij de groothandel, maar bij de Xenos kocht, waren lastiger. Aan wijnglazen zat lippenstift. Maar dodelijk waren de kleine, dungeslepen, half-bolle jeneverglazen. Breed aan de bovenkant, dunner dan gedacht in het midden, en tegen de bodem van het glas nog een laatste slok. Dat alles op een voetje, natuurlijk – want zo hoort het.

Nergens ter wereld is het aangewezen glas voor de volksdrank zo verschrikkelijk onhandig als in Nederland. Nee, dan de Russen – die hebben wodkaglazen zo sterk dat er sinds de bestorming van het Winterpaleis in 1917 nog niet een gesneuveld is. Ik heb in het land marmeren standbeelden, hele gebouwen en mensenlevens uit elkaar zien spatten, maar nog nooit een wodkaglas.

In mijn herinnering kwam Johan van der Goot iedere ochtend om een minuut over negen het café binnenwaaien. Zijn lange benen slingerden van een grote, ijzeren fiets – het type dat pas later hip zou worden. ‘Goedemorrrughuh!’ brulde hij door de zaak. Om twee minuten over negen dronk hij zijn eerste glas jonge jenever. Tenminste, dat is mijn herinnering. Volgens mijn vader dronk hij Famous Grouse, volgens mijn moeder was het een glas Beerenburg. Een alcoholist vol sterke verhalen, van beursaandelen tot catamarans, maar nooit echt dronken. Daar zijn mijn ouders het wel over eens.

‘Veel leuker was Pietje Zeeman,’ zegt mijn moeder. ‘Die ben je toch nog niet vergeten? Het is achttien jaar geleden. De namen van de Spice Girls staan me nog helder voor de geest, maar wie Piet Zeeman is weet ik niet meer.

‘Nou, die was dus zeeman,’ zegt mijn moeder beslist. ‘Als hij aankwam in de haven van Rotterdam, was hij al bezopen. Hij was eigenlijk een klant bij moeke Jikke Ozinga, die van Hotel Ozinga. Maar die is toen overleden. Die hebben ze nog begraven in een koets.’ Dat kan ik me wel herinneren. Voortgetrokken door een groot Fries paard kreeg de oudste hotelhoudster van Nederland in een antieke zwarte koets een ereronde.

‘Als hij niet op zee was, kwam hij dus iedere ochtend bij ons langs. Hij las keurig de krant, dronk een kop koffie, dronk een pilsje, dan nog een pilsje, en dan werd hij knettergek.’ Het vocabulaire van de werktuigbouwkundige werd dan gereduceerd tot een stuk of wat zinnen, die hij dan met een kop-, dan met een borststem uitsprak. ‘Hij ging na een halfuur al automatisch met zijn handen omhoog zitten, je vader tilde hem dan zo de zaak uit,’ zegt mijn moeder. ‘Het was een aardige man. Je hebt van hem nog je eerste computer gekregen.’

Dat moet het moment zijn geweest waarop glazen spoelen niet langer interessant was. Het werd bij ons in het bruine café schoorvoetend toegegeven, maar die computer – dat ding had toch de toekomst.

Nooit meer sneed ik mijn vingers aan een jeneverglas.


Nieuws, Voorpublicatie

VOORPUBLICATIE ‘Onuitwisbaar’ – Edward Snowden

Op 19 mei 2013 verliet Snowden met vier laptops en wat kleren voorgoed zijn huis op Hawaii, een briefje achterlatend voor zijn vrouw dat hij even voor werk op pad moest. Met cash geld kocht hij een ticket naar Tokio en vandaar vloog hij door naar Hongkong. Daar sloot hij zich op in een hotelkamer, …

Lees verder