Leesfragment

Leesfragment uit Dagboek van de duivel

  • 31 maart 2016
  • 7m

Proloog: het gewelf

Het paleis hoog op de berg keek neer op een lieflijk deel van het glooiende Beierse platteland, dat bekendstond onder de naam Gottesgarten – de tuin van God.

Vanuit de dorpen en boerderijen onder aan de meanderende rivier was Schloss Banz niet te missen. Zijn uitgestrekte stenen vleugels glommen als schitterend goud in het zonlicht, en twee smal toelopende koperen torenspitsen rezen hoog op boven zijn barokke kerk. De plek kende een geschiedenis van duizend jaar: als handelspost, als versterkt kasteel om vijanden te weerstaan, als benedictijnenklooster. Het was geplunderd en verwoest in oorlogen, en op extravagante wijze herbouwd voor de koninklijke familie Wittelsbach. Koningen en hertogen, en ooit zelfs keizer Wilhelm ii, de laatste keizer van Duitsland, hadden de weelderige paleiszalen met een bezoek vereerd. Nu, in het voorjaar van 1945, was het kolossale kasteel een buitenpost van een beruchte speciale eenheid die in de oorlog bezet Europa had geplunderd ter meerdere eer en glorie van het Derde Rijk.

Nu de nederlaag na zes slopende oorlogsjaren nabij was, hadden nazi’s in heel Duitsland gevoelige regeringsdocumenten verbrand, voordat de overwinnaars die in beslag konden nemen en tegen hen gebruiken. Maar bureaucraten die het niet over hun hart konden verkrijgen hun papieren te vernietigen, hadden ze verborgen in bossen, in mijnen, in kastelen en in paleizen als dit. Overal in het land lagen gigantische bibliotheken met geheimen op de geallieerden te wachten: gedetailleerde interne dossiers die licht wierpen op de verwrongen Duitse bureaucratie, op de meedogenloze oorlogsstrategie van het leger en op het obsessieve plan van de nazi’s om Europa eens en voor altijd van zijn ‘ongewenste elementen’ te zuiveren.

In de tweede week van april liepen de soldaten van het Amerikaanse Derde Leger van generaal George S. Patton en het Amerikaanse Zevende Leger van generaal Alexander Patch het gebied onder de voet. Sinds de mannen een paar weken daarvoor de Rijn waren overgestoken, waren ze opgetrokken door de westerse delen van het gehavende land. Hun opmars werd slechts vertraagd door verwoeste bruggen, geïmproviseerde wegversperringen en koppige verzetshaarden. Ze passeerden steden die door de geallieerden waren platgebombardeerd. Ze kwamen voorbij hologige dorpelingen en huizen waar geen swastikavlaggen wapperden, maar witte lakens en kussenslopen. Het Duitse leger was zo goed als uiteengevallen. Hitler kon over drieënhalve week dood zijn.

Vlak na hun aankomst in dit gebied ontmoetten de Amerikanen een amboyante aristocraat, die een monocle en glanzend gepoetste laarzen droeg. Kurt von Behr had de oorlog in Parijs doorgebracht, waar hij particuliere kunstcollecties en gewone woninginrichtingen van tienduizenden Joodse gezinnen uit Frankrijk, België en Nederland had geplunderd. Vlak voor de bevrijding van Parijs waren hij en zijn vrouw naar Banz gevlucht, in een konvooi van elf auto’s en vier bestelwagens, volgestouwd met geroofde schatten. Nu wilde Von Behr een overeenkomst sluiten. Hij ging naar het nabijgelegen stadje Lichtenfels en benaderde een functionaris van het militair bestuur, Samuel Haber. Blijkbaar was Von Behr gewend geraakt aan een vorstelijk leven onder de verfijnde plafondschilderingen van het paleis. Als hij van Haber daar mocht blijven wonen, zou Von Behr hem een geheime voorraad belangrijke nazipapieren tonen. De Amerikaan was geïntrigeerd. Dergelijke documenten konden operationele informatie opleveren en waren mogelijk van belang voor de aanstaande processen wegens oorlogsmisdaden. Daarom hadden de geallieerde troepen bevel gekregen elk Duits document waarop ze de hand konden leggen in veiligheid te brengen. Pattons leger had een militaire inlichtingeneenheid die aan deze taak was gewijd. Alleen al in april zouden gespecialiseerde teams dertig ton nazidocumenten in beslag nemen.Op grond van Von Behrs tip reden de Amerikanen naar het kasteel boven op de berg om Von Behr te spreken. De nazi leidde hen vijf verdiepingen onder de grond, waar, verzegeld achter een schijnmuur van beton, een overvloed aan vertrouwelijke nazidocumenten verborgen lag. De dossiers vulden een gigantisch gewelf. Wat niet in de kasten paste, lag in stapels verspreid op de grond.

Nadat hij zijn geheim had prijsgegeven, trof Von Behr – die blijkbaar besefte dat hij ondanks zijn deal niet zou ontkomen aan de verwoestingen na Duitslands vernederende nederlaag – voorbereidingen om het toneel in stijl te verlaten. Hij trok een van zijn extravagante uniformen aan en vergezelde zijn vrouw naar hun slaapkamer. Ze hieven twee uiten Franse champagne met een scheut cyanide en klonken op het eind van alles. ‘Het hele tafereel,’ schreef een Amerikaanse correspondent, ‘had alle melodramatische elementen waar de nazileiders blijkbaar zo dol op waren.’ Soldaten troffen Von Behr en zijn vrouw dood aan in hun luxueuze vertrekken. Toen ze de lichamen onderzochten, zagen ze de halflege fles nog op tafel staan. Het echtpaar had een wijnjaar vol symboliek gekozen: 1918, het jaar waarin hun geliefde vaderland aan het einde van een andere wereldoorlog vernietigend was verslagen.

De papieren in het gewelf behoorden toe aan Alfred Rosenberg, Hitlers belangrijkste ideoloog en een van de eerste leden van de nazipartij, de nsdap. Rosenberg was een getuige uit de begindagen van de partij in 1919, toen verbitterde, woedende Duitse nationalisten een leider ontdekten in Adolf Hitler, de bombastische, dolende veteraan uit de Eerste Wereldoorlog. In november 1923, op de avond waarop Hitler had geprobeerd de Beierse regering omver te werpen, marcheerde Rosenberg naar de bierhal in München, pal achter zijn held. Hij was erbij in Berlijn toen de partij een decennium later aan de macht kwam en haar vijanden begon te verpletteren. Hij was erbij, strijdend in de arena, toen de nazi’s heel Duitsland naar hun evenbeeld wilden omvormen. Hij was erbij aan het einde, toen de oorlog kenterde en het hele krankzinnige visioen in duigen viel.

In het voorjaar van 1945, toen onderzoekers door de enorme voorraad geheime documenten begonnen te bladeren – 250 banden met officiële en persoonlijke correspondentie – ontdekten ze iets opmerkelijks: het persoonlijke dagboek van Rosenberg. Het verslag was met de hand geschreven en telde zo’n vijfhonderd bladzijden; sommige aantekeningen waren gemaakt in een gebonden notitieboek, maar de meeste op losse vellen. Het begon in 1934, een jaar na de machtsovername van Hitler, en eindigde een tiental jaren later, een paar maanden voor het einde van de oorlog. Van de belangrijkste mannen in het Derde Rijk hebben alleen Rosenberg, minister van Propaganda Joseph Goebbels en Hans Frank, de wrede gouverneur-generaal van bezet Polen, zulke dagboeken nagelaten. De anderen, onder wie Hitler, namen hun geheimen mee in het graf. Rosenbergs dagboek beloofde licht te werpen op het functioneren van het Derde Rijk vanuit het perspectief van een man die een kwarteeuw lang in de hoogste echelons van de nazipartij actief was geweest.

Buiten Duitsland was Rosenberg nooit zo bekend geweest als Goebbels, of Heinrich Himmler, het meesterbrein achter de veiligheidstroepen van de ss, of Hermann Göring, Hitlers economische brein en commandant van de luchtmacht. Rosenberg moest tegen die reuzen van de nazibureaucratie strijden en knokken om het soort macht te krijgen dat hij volgens zichzelf verdiende. Maar hij had van het begin tot het eind steun van de Führer. Hij en Hitler waren het over de meest fundamentele vraagstukken eens, en Rosenberg was altijd trouw gebleven. Hitler benoemde hem in allerlei leidende posities binnen de partij en de regering, waarmee hij Rosenbergs publieke aanzien vergrootte en hem een verreikende invloed verschafte. Zijn rivalen in Berlijn hadden een hekel aan hem, maar het gewone voetvolk van de partij zag Rosenberg als een van de belangrijkste guren van Duitsland: hij was een groot denker, die het oor van de Führer zelf had.

De vingerafdrukken van Rosenberg zouden op tal van beruchte misdaden van nazi-Duitsland worden aangetroffen. Hij organiseerde de roof van kunstwerken, archieven en bibliotheken van Parijs tot Krakau en Kiev – de oorlogsbuit die de befaamde Monuments Men van de geallieerden zouden opsporen in de kastelen en zoutmijnen van Duitsland. In 1920 plantte hij in Hitlers geest het verraderlijke idee dat de communistische revolutie in de Sovjet-Unie het uitvloeisel van een wereldwijde Joodse samenzwering was, en hij bleef op die gedachte ha- meren. Rosenberg was de voornaamste pleitbezorger van een theorie die Hitler gebruikte om twee decennia later Duitslands verwoestende oorlog tegen de Sovjets te rechtvaardigen. Toen de nazilegers voorbereidingen troffen om de Sovjet-Unie binnen te vallen, beloofde Rosenberg dat de oorlog een ‘biologisch reinigende wereldrevolutie’ zou zijn, die eindelijk korte metten zou maken met ‘al die raciaal infecterende ziektekiemen van het Jodendom en zijn bastaardkinderen’. Tijdens de eerste jaren van de oorlog in het oosten, toen de Duitsers het Rode Leger hadden teruggedreven tot Moskou, leidde Rosenberg een bezettingsautoriteit die de Baltische staten, Wit-Rusland en Oekraïne terroriseerde, en werkte zijn ministerie samen met Himmlers genocidale kruisvaarders bij de afslachting van Joden in heel Oost-Europa.

Niet op de laatste plaats legde Rosenberg het fundament voor de Holocaust. Hij begon zijn giftige ideeën over de Joden te publiceren in 1919, en als redacteur van de partijkrant en schrijver van artikelen, pamfletten en boeken verspreidde hij de partijboodschap van haat. Later was Rosenberg de gevolmachtigde van de Führer voor ideologische zaken, en in steden en dorpen in het hele Rijk werd hij verwelkomd door vaandels en juichende menigten. Zijn theoretische mag- num opus, Der Mythus des 20. Jahrhunderts (De mythe van de twintigste eeuw), werd meer dan een miljoen keer verkocht en gold naast Hitlers Mein Kampf als een centrale tekst van de nazi-ideologie. In zijn zwaarwichtige teksten ontleende Rosenberg achterhaalde ideeën over ras en wereldgeschiedenis aan andere pseudo-intellectuelen en smolt die samen tot een idiosyncratisch, politiek geloofssysteem. De lokale en regionale leiders van de partij vertelden hem dat ze duizenden toe- spraken hadden gegeven met zijn woorden onder hun vingertoppen. ‘Hier,’ zo pochte Rosenberg in zijn dagboek, ‘vonden zij zowel richting als materiaal voor de strijd.’ Rudolf Höss, commandant van het vernietigingskamp in Auschwitz, waar meer dan een miljoen mensen zijn vernietigd, zei dat de woorden van drie mannen in het bijzonder hem psychologisch op de uitvoering van zijn missie hadden voorbereid: Hitler, Goebbels en Rosenberg.

In het Derde Rijk kon een ideoloog zijn filosofieën in praktijk gebracht zien worden, en die van Rosenberg hadden dodelijke gevolgen. ‘Steeds opnieuw ontbrand ik in woede wanneer ik denk aan wat deze parasitische Joodse mensen Duitsland hebben aangedaan,’ schreef hij in 1936 zijn dagboek. ‘Maar ik heb in elk geval één voldoening: dat ik mijn steentje heb bijgedragen aan de ontmaskering van dit verraad.’ De ideeën van Rosenberg hebben de moord op miljoenen mensen gelegitimeerd en gerationaliseerd.

In november 1945 kwam een bijzonder Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg bijeen om de beruchtste nog levende nazi’s wegens oorlogsmisdaden te berechten. Rosenberg was een van hen. De aanklachten waren gebaseerd op de gigantische hoeveelheden Duitse documenten die de geallieerden aan het einde van de oorlog in handen hadden gekregen. Hans Fritzsche, als oorlogsmisdadiger aangeklaagd vanwege zijn rol als chef van de nieuwsdivisie van het ministerie van Propaganda, vertelde tijdens het proces tegen een gevangenispsychiater dat Rosenberg in de jaren twintig, voordat de nazi’s aan de macht kwamen, een cruciale rol had vervuld in de vorming van Hitlers filosofieën.‘Volgens mij had hij een geweldige invloed op Hitler in de tijd dat Hitler nog nadacht,’ zei Fritzsche, die in Neurenberg zou worden vrijgesproken, maar later door een Duits denazificatiehof tot negen jaar cel werd veroordeeld. ‘Rosenberg is belangrijk omdat zijn ideeën, die uitsluitend theoretisch waren, in de handen van Hitler werkelijkheid zijn geworden. […] Het tragische is dat Rosenbergs bizarre theorieën daadwerkelijk in praktijk zijn gebracht.’

Fritzsche meende dat Rosenberg in zekere zin ‘de grootste schuld draagt van alle mensen die hier in de beklaagdenbank zitten.’ In Neurenberg betitelde Robert H. Jackson, het hoofd van de Amerikaanse aanklagers, Rosenberg als de ‘intellectuele hogepriester van het “meesterras”’. De rechters verklaarden de nazi schuldig aan oorlogsmisdaden, en in de nacht van 16 oktober 1946 eindigde het leven van Rosenberg aan het eind van het stuk touw. In de decennia daarna zouden historici die inzicht probeerden te krijgen in het hoe en waarom van de grootste catastrofe van de twintigste eeuw zich verdiepen in de miljoenen documenten die de geallieerden aan het einde van de oorlog hadden verzameld. Die documentatie was veelomvattend: geheime militaire dossiers, gedetailleerde inventarissen van plunderingen, particuliere dagboeken, diplomatieke papieren, transcripties van telefoongesprekken, huiveringwekkende bureaucratische memo’s met betrekking tot de massamoord. Na afloop van de processen in 1949 sloten de Amerikaanse aanklagers hun kantoren en werden de in beslag genomen Duitse documenten overgebracht naar een oude torpedofabriek aan de oever van de rivier de Potomac in Alexandria, Virginia. Daar werden de papieren voor- bereid voor opname in de National Archives. Er werden microfilms gemaakt, en uiteindelijk zijn de meeste originelen teruggestuurd naar Duitsland.

Er is echter iets gebeurd met het grootste deel van Rosenbergs geheime dagboek. Dat is nooit in Washington aangekomen. Het is nooit in zijn geheel overgeschreven, vertaald en door experts op het gebied van het Derde Rijk bestudeerd. Vier jaar nadat het dagboek uit het Beierse paleisgewelf tevoorschijn was gekomen, was het verdwenen.


Nieuws

Blader door onze najaarsaanbieding

De mooiste non-fictie lees je ook dit najaar weer bij Balans: of je nu houdt van geschiedenis of juist gericht bent op actualiteit, we hebben voor ieder wat wils.

Zo kun je in oktober uitkijken naar het prachtige en aangrijpende Dagboek van een invasie van Oekraïense Andrej Koerkov, waarin hij de schrijnende situatie in zijn …

Lees verder