Nieuws

Leesfragment ‘Etty Hillesum – Het verhaal van haar leven’

  • 27 oktober 2022
  • 1m

[…]

 

Op het Museumplein voor Etty’s huis bevond zich het terrein van de vroegere ijsbaan, die in 1937 een andere locatie had gekregen. Wanneer Etty een rondje om het plein wandelde, noemde ze dat ‘een IJsclubje lopen’. Het is een beklemmende gedachte dat op hetzelfde plein waar Etty zich op 13 maart zo intens vrij en gelukkig voelde, zich pas een dag eerder een grote menigte Nederlandse en Duitse nationaalsocialisten had verzameld. Ze waren naar het Concertgebouw gegaan, schuin tegenover Etty’s huis, waar Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart om vier uur ’s middags een rede hield.

Seyss-Inquart, de hoogste Duitse bestuurder in Nederland, had aanvankelijk geprobeerd het Nederlandse ‘Herrenvolk’ met tamelijk zachte hand voor de nationaalsocialistische zaak te winnen. Maar na de Februaristaking, waarvan hij de Joden de schuld gaf, verhardden zijn taal en optreden.

‘De Joden zijn voor het nationaalsocialisme en het nationaalsocialistische Rijk de vijand!’ declameerde hij onomwonden in het Concertgebouw. ‘Wij zullen de Joden raken waar wij hen aantreffen en wie met hen meegaat heeft de gevolgen te dragen. De Führer heeft verklaard dat de Joden in Europa hun rol hebben uitgespeeld en derhalve is hun rol uitgespeeld!’

Etty schreef niets over de manifestatie of de verzamelde menigte, die ze vanuit het raam van haar kamer kon hebben gezien. Op woensdagmiddag 12 maart bracht ze een bezoek aan Spier, en maakte ze met hem na afloop een wandeling in de zon langs de Stadionkade, toen nog aan de rand van de stad. Ze spraken over het vrouwelijk orgasme.

‘Luistert u eens, weet u eigenlijk wat de clitoris is?’ had Spier gevraagd.

‘Ja,’ had Etty gemoedelijk geantwoord.

‘Er zijn veel vrouwen die dat helemaal niet weten.’

‘Dat is een erg treurige zaak,’ zei Etty begripvol.

Pas een paar dagen later refereerde ze voor het eerst in haar dagboek aan de Duitse bezetting. Ze had een dag eerder samen met S. wat aantekeningen doorgelezen die een pati.nt voor hem op papier had gezet. Spier had ergens gezegd dat als er ook maar één mens zou zijn die het werkelijk waard was mens genoemd te worden, dat genoeg zou zijn om in de mensheid te blijven geloven. Etty was zo getroffen door deze gedachte, dat ze in een spontane opwelling haar armen om Spier heen sloeg.

‘Dit probleem ligt in deze tijd,’ schreef ze op die zaterdagochtend 15 maart om halftien. ‘De grote haat tegen de Duitsers, die het eigen gemoed vergiftigt. Laat ze allemaal maar verzuipen, tuig, uitgassen moet je ze, deze uitingen behoren tot de dagelijkse conversatie en geven iemand soms het gevoel, dat het niet meer mogelijk is in deze tijd te leven. Tot opeens enige weken geleden plotseling de verlossende gedachte kwam, die als een aarzelend piepjong grassprietje omhoog stak tussen een woestenij van onkruid: En al zou er nog maar één fatsoenlijke Duitser bestaan, dan zou die het waard zijn in bescherming genomen te worden tegen de hele barbaarse bende en om die éne fatsoenlijke Duitser zou men dan niet zijn haat mogen uitgieten over een geheel volk.’

Haat was een ziekte van de eigen ziel. Het lag niet verankerd in haar karakter.

Zo formuleerde ze, al op de eerste bladzijden van haar dagboek, de geesteshouding die uiteindelijk haar lot zou bepalen.

 

 

Verder lezen? Bekijk Etty Hillesum – Het verhaal van haar leven>


Nieuws

Blader door onze najaarsaanbieding

De mooiste non-fictie lees je ook dit najaar weer bij Balans: of je nu houdt van geschiedenis of juist gericht bent op actualiteit, we hebben voor ieder wat wils.

Zo kun je in oktober uitkijken naar het prachtige en aangrijpende Dagboek van een invasie van Oekraïense Andrej Koerkov, waarin hij de schrijnende situatie in zijn …

Lees verder