Nieuws

Leesfragment ‘Tunnel 29’

  • 11 augustus 2021
  • 3m

Januari 1962

 

Joachim rilt. Het is zijn eerste winter in West-Berlijn en het is koud; de straten zijn bedekt met ijs. Hij is blij met de jas die hij drie maanden geleden uit Oost-Berlijn heeft meegesmokkeld; hij heeft hem al die tijd bij zich gehouden, toen hij van het CIA-huis naar vluchtelingenkamp Marienfelde ging en nu hij hier in de studentenflat aan de Technische Universiteit in Berlijn zit, waar hij aan een studie communicatietechniek is begonnen.1

Het zijn zware maanden geweest. Toen Joachim in West-Berlijn aankwam, miste hij zijn moeder en zus zo erg dat het pijn deed, vooral toen hij hoorde hoe dapper ze waren geweest toen Stasiagenten hen na zijn ontsnapping thuis waren komen opzoeken. Zijn moeder had hen stoïcijns afgepoeierd: ‘O, hij zit in Dresden om te studeren. Waarom bent u überhaupt hier naar hem op zoek?’ De Stasi-agenten hadden aangedrongen, vragen gesteld en dreigementen geuit, maar zijn moeder hield voet bij stuk en uiteindelijk waren ze vertrokken. Dat miste hij. Haar pit. Maar hij had geen idee hoe hij haar naar West-Berlijn moest krijgen.

En toen hoorde hij over de zogeheten Girrmann-groep. Deze groep was opgericht in de nacht dat de prikkeldraadversperring werd aangelegd. Een rechtenstudent, Detlef Germanen, en een paar van zijn vrienden besloten dat ze mensen wilden helpen naar het Westen te vluchten. Binnen een paar maanden hadden ze honderden mensen geholpen: ze leenden paspoorten van West-Duitse vrienden en koppelden die aan mensen in Oost-Berlijn die sterk op hen leken; vervolgens smokkelden koeriers de paspoorten over de grens.

Iemand aan de universiteit bracht Joachim in contact met de Girrmann-groep en hij vroeg of ze zijn moeder en zus konden helpen ontsnappen. Ja, zeiden ze, maar ze moesten een nieuwe strategie bedenken.

[…]

Er stonden drie vrienden voor zijn deur. Een van hen was Wolfhardt (Wolf) Schroedter – lang, blond, charmant, altijd lachend. Wolf was opgegroeid in Oost-Duitsland en ook zijn vader was, net als die van Joachim, na de oorlog overleden. Als tiener was Wolf een socialistische modelburger geweest: hij was lid geweest van de Freie Deutsche Jugend en had met het juiste enthousiasme allemaal de juiste liedjes gezongen. Maar nadat hij lange avonden naar de West-Berlijnse radio had geluisterd en vraagtekens begon te plaatsen bij de dingen die hij had geleerd, besloot Wolf op zijn zeventiende te vluchten. Hij stapte op een trein, stak de grens over naar West-Berlijn (dit was nog voor de Muur) en belandde in een jongenspensionaat van de kerk. Daar had hij de school afgemaakt, en nu studeerde hij techniek.

Naast Wolf stonden de twee Italiaanse studenten, Mimmo en Gigi. Nu zitten ze op Joachims bed en vertellen waarom ze zijn gekomen. Ze vertellen alles over Evi en Peter, dat die zo snel mogelijk uit Oost-Berlijn moeten vluchten en dat ze een idee hebben voor een nieuw soort ontsnappingsroute: een tunnel. En ze willen deze tunnel gebruiken om ook anderen te helpen ontsnappen. Ze zijn ambitieus. Dit moet de grootste vluchtactie worden sinds de bouw van de Muur, en er is een duidelijke reden waarom ze Joachim erbij betrekken: zij willen zijn hulp. Ze denken dat ze hem, als een vluchteling uit Oost-Berlijn, kunnen vertrouwen. Bovendien zal zijn achtergrond in communicatietechnieken nuttig zijn.

Joachim kijkt uit het raam. Daarbeneden lopen allemaal studenten, mensen zoals hij, die de vrijheid hebben om te doen wat ze willen. Hij overweegt de risico’s. De vopo’s hebben het niet alleen gemunt op vluchtelingen; ook mensen uit West-Berlijn die vluchtelingen helpen zijn gedood. Een paar weken geleden is een lid van de Girrmann-groep betrokken geweest bij een vluchtpoging die afschuwelijk is mislukt.

Dieter Wohlfahrt was een scheikundestudent aan dezelfde universiteit als Joachim, nog maar twintig jaar oud. Sinds de bouw van de Muur had hij honderden mensen helpen ontsnappen. Op een avond was Dieter naar de grens gereden om de moeder van een vriendin te helpen stiekem naar West-Berlijn over te steken. Nadat hij met een boutenschaar en een buigtang een opening in de twee lagen prikkeldraad had gemaakt, stond Dieter op het punt de vrouw erdoorheen te trekken, toen ze luidkeels naar haar dochter riep, die in West-Berlijn op haar wachtte. Vopo’s hadden het gehoord, renden naar Dieter toe en schoten hem neer, dwars door de borst. Terwijl Dieter lag te bloeden, keken de West-Berlijnse en Britse politie machteloos toe, te bang om Oost-Duits grondgebied te betreden. Uiteindelijk hadden Oost-Duitse grenswachten na een uur zijn levenloze lichaam meegenomen.

Als Joachim door vopo’s wordt neergeschoten, weet hij dat de politie in West-Berlijn hem niet zal helpen. En dan is er nog dat andere risico, dat bijna te afschuwelijk is om over na te denken: wat als de tunnel instort en hij levend begraven wordt?

Joachim denkt aan zijn moeder en zus, die nu allebei in West-Berlijn zijn. Maar aan de andere kant zijn er deze studenten, die hem vragen een tunnel te graven naar het land waaruit hij pas is gevlucht, om mensen te redden die hij niet eens kent. Er zijn zoveel redenen om het niet te doen, die allemaal logischer zijn dan de redenen om het wel te doen. Maar Joachim, die als jochie van zes heeft gezien hoe een vlucht afschuwelijk kan aflopen, Joachim die een hekel heeft aan koud water, Joachim die van getallen en stroomschema’s en elektriciteit houdt en nog altijd soms droomt van een carrière als astronaut, Joachim hoort zichzelf een antwoord geven.

Hij zegt ja.


Nieuws

De najaarsaanbieding 2021 staat online!

De najaarsaanbieding 2021 staat nu online, met daarin onder andere de langverwachte Etty Hillesum-biografie van Judith Koelemeijer, een persoonlijk verslag van Ron Fresen over leven op het Binnenhof en een prachtig portret van de lezer in de negentiende eeuw door Marita Mathijsen. Ook schrijft Jan Konst over opgroeien in de jaren ’70, beschrijft Ad van Liempt de roaring fifties en laat Bas …

Lees verder