Leesfragment

‘De fatale Kust’ van Robert Hughes

  • 15 augustus 2018
  • 2m

De baai en de ballingen

In 1787, het achtentwintigste jaar van het bewind van koning George III, zond de Britse regering een vloot uit om Australië te koloniseren.

Nog nooit was een kolonie zo ver van het moederland gesticht, of met zo weinig kennis van het grondgebied in kwestie. Er waren geen voorafgaande verkenningsreizen gemaakt. In 1770 had kapitein James Cook de onverkende oostkust van dit nog volslagen mysterieuze continent bereikt en korte tijd het anker laten vallen in een inham die de naam Botany Bay kreeg, waarna hij weer in noordelijke richting was weggezeild. Sindsdien was hier geen schip meer geweest: gedurende zeventien lange jaren, die zich in niets onderscheidden van de duizenden die eraan vooraf waren gegaan, was er geen woord, geen observatie aan dit werelddeel gewijd en had het daar gelegen, weggesloten in de historische onmetelijkheid van zijn blauwe hittewaas, zijn wildernis van kreupelhout en zandsteen, en de gestage donder van de glazig doorschijnende brekers van de Stille Oceaan.

Nu echter zou deze kust getuige worden van een koloniaal experiment dat nog nooit eerder was gedaan, en sindsdien ook nooit meer is herhaald. Van een onverkend werelddeel zou een gevangenis worden gemaakt. De ruimte eromheen, dat wil zeggen de lucht en de zee zelf, die hele transparante doolhof van de zuidelijke Stille Oceaan, zou een 22.000 kilometer dikke muur worden.

Het einde van de achttiende eeuw gaf een overvloed van plannen te zien die sociale rechtvaardigheid beoogden, en ontsproten waren aan de ontwakende revolutionaire geest van die tijd. In dit geval zou dit proces echter worden omgekeerd: geen Utopia, maar een dystopie: niet die van nature goede en moreel rechtschapen mens van Rousseau, handelend via vrijwillig gesloten maatschappelijke contracten, maar een gedwongen, verbannen, ontwortelde en geketende mens. Andere delen van de Stille Oceaan, in het bijzonder Tahiti, leken Rousseau aanvankelijk in het gelijk te stellen, maar de geestelijke vaderen van de eerste koloniale jaren van Australië waren Hobbes en de markies de Sade.

In hun meest optimistische momenten hoopten de autoriteiten dat dit werelddeel uiteindelijk een hele maatschappelijke klasse zou opslokken: de ‘misdadige klasse’. Het bestaan hiervan was in het laat-georgiaanse en vroegvictoriaanse Engeland een van de voornaamste sociologische opvattingen. Australië werd gekoloniseerd om Engelse eigendommen te beschermen, niet tegen de kikvorsenetende indringers aan gene zijde van het Kanaal, maar tegen de rovers in eigen land. De Engelse wetgevers wensten zich niet alleen van deze ‘misdadige klasse’ te ontdoen, maar het bestaan ervan zo mogelijk geheel te vergeten. Australië was een onzichtbaar riool, met een smerige, onuitsprekelijke inhoud. Toen Jeremy Bentham in 1812 tegen de ‘dievenkolonie’ protesteerde, voerde hij aan dat de transporten daarheen inderdaad een experimentelemaatregel waren, maar dat datgene waarmee geëxperimenteerd werd in dit geval vreemd goed gelegen kwam; een massa animae viles, een soort uitwerpselen dat uitgescheiden kon worden, en dat dan ook werd – en naar het zich laat aanzien met opzet – naar een oord dat zo ver uit het oog ligt als maar enigszins mogelijk is.

In de gedachten van de meeste Engelsen was dit oord niet alleen een afwijkende samenleving, maar een andere planeet – een wereld in ballingschap, in de volksmond samengevat door de naam ‘Botany Bay’. Voor zijn blanke scheppers was het een afgelegen abnormaliteit, vreemd maar toch bereikbaar, zoals het onderbewustzijn dat voor het bewustzijn is. Er was vooralsnog geen sprake van zoiets als een ‘Australische’ geschiedenis of cultuur. Tijdens de eerste veertig jaar van haar bestaan was alles wat in de dievenkolonie plaatsvond een Engelse aangelegenheid. Gedurende de hele periode van de gevangenentransporten werden er door de Kroon meer dan 160.000 veroordeelde mannen, vrouwen en kinderen (door gebreken in de administratie zal het juiste aantal nooit precies vastgesteld kunnen worden) als slaven naar Australië verscheept. In de geschiedenis van het tijdperk tot de twintigste eeuw was het de meest grootscheepse verbanning waartoe burgers ooit in naam van een Europese regering gedwongen zijn. Ook in de strafwetenschap van vroegere tijden is er niets wat ermee te vergelijken valt. In Australië heeft Engeland het ontwerp geschetst voor dat nog veel uitgebreider en afgrijselijker tableau van onderdrukking in de twintigste eeuw: de goelag. Geen ander land heeft ooit zo’n geboorte gehad, en we kunnen zeggen dat de barensweeën daarvan begonnen zijn op die middag van de 26ste januari 1788, toen een vloot van elf schepen met 1030 koppen aan boord, onder wie 548 mannelijke en 188 vrouwelijke veroordeelden, onder het bevel van kapitein Arthur Phillip op diens vlaggenschip Sirius Port Jackson, of zoals deze plek later zou worden genoemd, de baai van Sydney, binnenvoer.

 

 


Nieuws

Blader door onze najaarsaanbieding

De mooiste non-fictie lees je ook dit najaar weer bij Balans: of je nu houdt van geschiedenis of juist gericht bent op actualiteit, we hebben voor ieder wat wils.

Zo kun je in oktober uitkijken naar het prachtige en aangrijpende Dagboek van een invasie van Oekraïense Andrej Koerkov, waarin hij de schrijnende situatie in zijn …

Lees verder