Nieuws

Leesfragment uit ‘Speeddaten met Plato’ van Marie Robert

  • 5 april 2019
  • 6m

Spinoza bij Ikea
Of het verlangen en de teleurstelling

Zaterdag, vijf minuten voor tien – je bent wakker geworden met het prettige gevoel dat je de volgende achtenveertig uur helemaal voor jezelf hebt. Twee dagen lang doen waar je zin in hebt. Lang koffiedrinken, lekker lezen, gezellige dinertjes met vrienden en sporten zonder schuldgevoel. Terwijl je geheel vervuld bent van dit heerlijke vooruitzicht valt je oog plotseling op de boekenkast in de slaapkamer. De trouwe en geliefde Billy bezwijkt bijna onder het gewicht van alle schatten die erin staan. Ongetwijfeld de schuld van de twaalf boeken over meditatie die je vorig jaar kocht, van de fotoalbums van je middelbareschooljaren, van de souvenirs die je in de zomer van 1998 uit India meenam, en van de encyclopedieën die geen enkele website kon vervangen. De oplossing zou zijn om alles eens goed op te ruimen, maar je bent nu eenmaal aan al die dingen gehecht en wilt niets wegdoen. Dus waarom niet gewoon een nieuwe boekenkast ernaast zetten en daarin je nieuwe souvenirs en herinneringen opbergen?

Zo komt het dat je je wederhelft weet over te halen om te gaan brunchen in de tempel van de pret voor volwassenen: Ikea. Vier vertrouwde en geruststellende letters die vanaf je allereerste studentenkamer met je meereizen. Het hout, de ontwerpen, de sympathieke onuitspreekbare woorden, de Zweedse vriendelijkheid – kortom, het perfecte programma voor die dag. De auto is klaar. De achterbak leeg, want afgezien van een boekenkast heb je bedacht dat je ook een aantal pannen, de lakens en het televisiemeubel moet vervangen, en wie weet vind je een aardig laag tafeltje voor in de zitkamer. In de catalogus heb je nauwgezet alle bladzijden aangekruist die je interessant lijken.

Je betreedt de winkel met een gelukzalige glimlach, denkend aan alle verborgen mogelijkheden die op je wachten. Het parcours begint, gemakkelijker dan een touwenparcours. Je volgt de pijlen op de vloer en accepteert dat je vrije wil beperkt wordt doordat je een uitgestippelde weg moet volgen. Bij de eerste bocht grijp je met kinderlijke opwinding naar zo’n klein houten potloodje. Je bewondert de modelappartementen die met overtuigend bewijs laten zien dat je net zo goed in een loft als op achttien vierkante meter kunt leven en dat het geluk slechts afhangt van hoe je je kastruimte organiseert.

Vol enthousiasme vervolg je de wandeling en je raakt vooral gefascineerd door de slaapafdeling, die wordt afgescheiden door een opschrift dat aan een mantra of het advies van een familietherapeut doet denken: ‘De slaapkamer? Afschermen zonder af te scheiden.’ Bij de kinderafdeling beginnen je benen moe te worden. Je slentert nu al twee uur door de gangen. In je mandje zitten alleen een plaid van synthetisch materiaal, drie pakken servetjes met rendieren erop en twee plastic pollepels die vast van pas zullen komen op de dag dat je besluit een soepdieet te volgen. Je wordt voortgedreven door een niet te stuiten verlangen, een dynamiek die je ertoe brengt te zeggen dat bestaan volharden is in het verlangen geld uit te geven. Je probeert het tempo wat op te voeren, maar je laat je afleiden door zo’n schattige pluchen krokodil. Je partner begint zijn stem te verheffen: ‘Dat speelgoedbeest zal net zo eindigen als het konijn van vorig jaar… In de kelder samen met de motten.’ Je geeft toe aan je frustratie, rijdt met het winkelwagentje over zijn voeten en doet alsof je zijn gekreun niet hoort. Vervolgens, in een poging tot doortastendheid, probeer je tegen de opgelegde route in te gaan en zo kom je ‘illegaal’ terecht op de werkplekafdeling, waar je in botsing raakt met een stoel met drie designpoten.

Op de afdeling Verlichting, waar je wordt overvallen door de hitte en je nauwelijks nog ingehouden boosheid, breekt het klamme zweet je uit. Zelfs machinaal kauwen op het houten potloodje weet je niet meer tot bedaren te brengen. Na nog wat rondgezworven te hebben is het tijd om naar de afdeling met kasten te gaan. Je bent inmiddels de referenties vergeten van de producten die je had uitgekozen. De catalogus is blijven liggen op een zelf in elkaar te zetten handdoekenrekje. Je pakt nu alles wat je voor ogen komt, maar niets weet je te kalmeren. Het komt zelfs bijna op een breuk aan wanneer je partner je vraagt: ‘En wie moet al die rotzooi in elkaar zetten?’ Blindelings grijp je met een gevoel van bevrijding naar een elektrische schroevendraaier. Wat is er aan de hand? Je bent omgeslagen naar de andere kant. De kracht die je in je voelt is niet te stuiten. Ondanks je mooie theorieën over de consumptiemaatschappij is je verlangen hier en nu, zonder limiet, oneindig. Het is het begin van de chaos. Dat lage tafeltje heeft je voor de gek gehouden met zijn afmetingen. Je hoort iemand een eindje verderop zeggen: ‘Hoe kan dat nou? Heb je de maten dan niet opgenomen?’ Het televisiemeubel, zo aantrekkelijk in de catalogus, toont iets te veel dat het van ordinair spaanplaat is, en de kapstok die zo mooi leek, staat al bij je op kantoor en in de laatste Airbnb waar je verbleef. Je scheldt op de uniformiteit van alles, wat je er overigens niet van weerhoudt vier kaarsen met bananengeur, twee stapeltjes borden en een plastic yucca te pakken, die je vlug in je gele boodschappentas verstopt. Je weet niet meer wat je verlangen met je doet. Degene die je begeleidt kijkt je met minachting aan, een blik die je onmiddellijk retourneert als hij een halogeenlamp kapotmaakt door hem te hard in het karretje te gooien.

Het gevecht eindigt in de afhaalruimte, waar je je piepklein voelt, omringd door de hoge schappen gevuld met eindeloze dozen. Het vooruitzicht van lange avonden waarop je gaat proberen van een schroevendraaier gebruik te maken. Je spullen zijn ergens verstopt tussen rij b18 en d24. Je pakt je telefoon om de referenties die je opgeslagen hebt terug te vinden, in de overtuiging dat de bevrijding nu nabij is. Dan ontdek je tot je verbijstering dat je mobiele telefoon uitstaat; batterij leeg. Je moet dus helemaal opnieuw beginnen of je meubels vaarwel zeggen. Je verlangen is echter onbevredigbaar. De minuten die volgen gaan voorbij in een soort halve trance, doorspekt met gesnik, gescheld, teleurstelling en een kassabon van 236,80 euro voor dingen waarvan je niet echt weet of ze ergens toe dienen. Geheel verslagen stap je in de auto. Je relatie staat op instorten, en dat terwijl je alleen maar een boekenkast wilde kopen. Het is kwart over zeven en in de file op de terugweg voel je je spierpijn, je transpiratie, je oneindige verwarring, en vooral je diepe afschuw van geel en blauw.

En wat vindt Spinoza hier allemaal van?

Natuurlijk heeft Spinoza nooit een Billy-boekenkast willen kopen. Maar daar staat tegenover dat de filosoof – Baruch van zijn voornaam – het verlangen, de deugd, de tegenslagen en alles wat daaruit voortvloeit nogal goed kende en alles in het werk stelt om ons schuldgevoel weg te nemen. De eerste verdienste van zijn filosofie voor een zaterdagse depressie bij Ikea is dat hij ons de mechanismen doet begrijpen van ons mens-zijn en dus van onze manier van handelen. Hij legt uit dat ieder individu wordt gekenmerkt door een conatus. Geen paniek, deze vreemde term is veel minder angstaanjagend dan hij lijkt en omschrijft iets wat we ‘drang’ zouden kunnen noemen. Een soort ‘streven’ dat ervoor zorgt dat we ’s ochtends opstaan en plezier hebben in het leven.

Laten we even alles op een rijtje zetten. Voor Spinoza maakt de mens deel uit van de Natuur, die door God geschapen is. Dus ieder mens draagt bovenmenselijke goddelijke krachten in zich. We kunnen zeggen dat we vervuld zijn van een grote energie die direct uit de hemel komt en dat we er alles aan doen om die energie in stand te houden. De conatus is dus ons privégebied, waar niemand aan mag komen, en dat ervoor zorgt dat we natuurlijke wezens zijn (en geen personages uit een videospelletje).

De conatus krijgt vaak de veel minder exotische, maar toegankelijker naam verlangen. Op dat moment wordt Spinoza een uitstekende therapeut, die we graag met een podcast in onze oren zouden willen hebben iedere keer dat we gaan winkelen. In zijn filosofie worden concepten als verlangen, ergens zin in hebben, de wil en de drang, universele waarden die de grondslag zijn van onze diepe natuur en die ons tot handelen aanzetten. Het heeft geen zin je ertegen te verzetten; het is onmogelijk je ervan te ontdoen, want het is juist het verlangen dat toont dat we in leven zijn. Het is geen gebrek; naar iets verlangen is juist goed en een teken dat we op de viplijst staan van de menselijke gemeenschap. Hij schrijft zelfs: ‘Het verlangen is de essentie van de mens.’ Het is niet iets dat we opzij kunnen zetten of kunnen berekenen, want dit verlangen, deze kleine conatus, is oneindig. Alleen de dood kan er een eind aan maken, maar een tekort op je bankrekening of een appartement dat te vol is zeker niet. Het verlangen is de getuige van ons leven. Pas wel op: het is niet genoeg om alleen maar op te staan om het te voelen, het bestaat niet als een abstract gegeven.

Integendeel! Het verlangen toont zich alleen in situaties, door naar Ikea te gaan bijvoorbeeld, en daar te gaan staan dromen voor die stapels papieren servetjes. Het verlangen handelt alleen in een context en zet zo onze gedachten in vuur en vlam.

Als je iedere week weer in van alles zin hebt, of het nu om een reis, een kop koffie, een nieuw object of een ontmoeting gaat, is dat volgens de filosoof niet een uiting van je zoveelste grillige behoefte, het is simpelweg je conatus die zich manifesteert. Aangezien we leven, is het normaal dat ons verlangen zich uit, bijdraagt aan de inspanning om ons wakker te houden en ons vertegenwoordigers maakt van de goddelijke natuur. Door te proberen onze neigingen in kaart te brengen zorgt Spinoza ervoor dat we ophouden onszelf te kastijden en dat we beseffen dat dit allemaal eigenlijk heel positief is. En dat is nog niet alles. Aangezien Baruch een uitgesproken behulpzame man is, geeft hij ons ook een aantal waardevolle adviezen met betrekking tot de deugd. Deugdzaam zijn is voor hem niet iedere week een detoxkuur doen, jezelf verbieden vervelende dingen over je nieuwe collega te zeggen, nooit meer Beyoncé bekritiseren of ophouden met winkelen in Zweedse winkels. Het is ware kennis ontwikkelen over onze hartstochten, de dynamiek begrijpen die in ons werkzaam is, en in staat zijn onder woorden te brengen wat we willen. Door te luisteren naar het ware en naar onszelf kunnen we de volledigheid en de kalmte bereiken waar we naar op zoek zijn. De wijze is niet degene die redelijk is, maar degene die toegang heeft tot echte kennis van zichzelf en van de dingen die hem omringen; die er zowel in slaagt te begrijpen wat hem ondermijnt als wat hem optilt. Verlangen hebben is normaal, en zelfs positief, maar je moet leren je verlangen te herkennen, zodat je minder onrustig en van streek bent zodra je iets wilt. Deugdzaam zijn is dus niet je conatus muilkorven, het is ermee vertrouwd raken.

Denk dus na bij je volgende bezoek aan Ikea, wees blij dat je leeft en vervuld bent van allerlei verlangens. Neem echter ook de tijd om naar jezelf te luisteren en je af te vragen of je echt zin hebt in hetgeen je bezig bent te kopen. Zonder twijfel zul je aan het einde van de dag wat deugdzamer zijn, en in ieder geval een veel minder slecht humeur hebben.


Nieuws

17 september bij Uitgeverij Balans: ‘Onuitwisbaar’ van Edward Snowden

In 2013 schokte de 29-jarige Edward Snowden de wereld toen hij brak met de Amerikaanse geheime diensten en onthulde dat ze in het allergrootste geheim proberen al ons digitale verkeer – elk telefoontje, elk bericht, elke e-mail – op onvoorstelbaar grote schaal te verzamelen en vast te leggen. Van iedereen die zich online begeeft, wordt …

Lees verder