Nieuws

Leesfragment ‘Verre verwachtingen’

  • 17 september 2021
  • 4m

Aan de voet van de Andes

 

[…]

 

Roelfina moet een groot avonturier zijn geweest. Iemand die onrustiger en reislustiger werd naarmate de migraties elkaar sneller opvolgden. Iemand ook die gewend raakte aan het leven van een migrant, zonder conventies, vrij om te gaan en te staan waar zij wilde, waardoor het ook steeds lastiger werd om te blijven waar zij was. Misschien hielp de nuchtere Groningse mentaliteit haar om het vol te houden? De Groningse onderwijzer en taalkundige, SDAP-politicus Kornelis ter Laan schreef in een beschouwing over het Groningse volkskarakter:

‘Zelfstandigheid van karakter en lust in het werk leiden er als vanzelf toe, dat een Groninger zin heeft in ondernemingen. Bij voorkeur niet in het wilde weg, maar eerst goed overdacht en als ’t kan, berekend. Hij zal niet licht de eerste zijn, om met een vliegtuig de Grote Oceaan over te steken; hij moet de overtuiging hebben, dat de onderneming zin en nut heeft. Maar dan ontbreekt het hem noch aan durf, noch aan volharding.’

Ter Laan wijt de ondernemende Groningse volksaard aan de landbouw, die riskante economische sector waar een enkele misoogst elke verdiende stuiver kan doen verdampen. ‘Alle eeuwen kwam het voor, dat de landbouw geen werk gaf aan allen of althans, dat er buiten het boerenwerk méér kans was op verdienste en voorspoed.’ Roelfina zou zomaar in dit volkskarakter kunnen passen. In het bijzonder aan durf, ondernemingszin en volharding ontbrak het haar niet, zo bleek opnieuw rond de kerstdagen van 1903.

Er diende zich onverwachts een kans aan om Nederland voor de derde keer te verlaten en nu wel in een heel bijzondere en ongebruikelijke richting. Op het postkantoor van Tiel was een bericht aangekomen vanachter de Cordillera de los Andes. Achter die machtige Zuid-Amerikaanse bergrug lag het afgelegen en geïsoleerde Chili, waar inmiddels enige honderden van hun Afrikaanse kompanen en een paar Nederlandse familieleden terecht waren gekomen in een gebied dat de Chileense overheid eerst had ingepikt van de inheemse bevolking om dit vervolgens te bestemmen voor (Europese) emigranten, onder wie gevluchte Boeren uit Transvaal.

Daar, in een gebied zo’n 750 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Santiago, kwam misschien een stuk grond beschikbaar, zo berichtte hun zwager Matheus Vliegenthart. Verschillende kolonisten was de hele onderneming zwaar tegengevallen en zij dachten erover het bijltje erbij neer te gooien en naar elders door te emigreren. Hun landje zou dan vrijkomen. Was dat niet wat voor hen? Eindelijk verlost van de zware en slechtbetaalde fabrieksarbeid. Vrijheid! Net zoals de beginjaren in Transvaal waren geweest. Vliegenthart drukte hun op het hart op te schieten, anders was het stuk land dat de Chileense overheid beschikbaar had gesteld, misschien alweer aan anderen vergeven. Garanties waren er sowieso niet, maar er was geen tijd voor twijfel of een afweging tegen andere kansen. Ze grepen hun kans!

Roelfina had zich altijd en overal in Nederland bij het bevolkingsregister ingeschreven bij aankomst en weer uitgeschreven bij vertrek, maar nu was er zoveel haast bij, dat zij met de noorderzon vertrok, zonder zich zelfs maar uit te schrijven uit de gemeente Tiel, waardoor zij, haar man en hun toen driejarige dochtertje ter plekke nog altijd zoek zijn. Bij de volkstelling van 1909 constateerden lokale ambtenaren dat Roelfina en Thomas zich niet hadden geregistreerd of spoorloos waren verdwenen, waarna ze in het bevolkingsregister werden ‘doorgehaald’: weg, zoek, kwijt. Het spoorslags vertrek had natuurlijk niet alleen te maken met de zin om weer te vertrekken, maar ook met de gebrekkige communicatie in die tijd. In het beste geval was er een brief of telegram uit Chili gekomen, maar dergelijke berichten konden zomaar weken onderweg zijn, zodat ze bij aankomst al verouderd waren. Haast was dus geboden.

Twee intercontinentale emigraties in amper vijf jaar en de derde was aanstaande. Wat een Wanderlust! Was dit de Groningse volksaard in de praktijk of waren dit gewoon transmigranten die met doorzettingsvermogen en wilskracht migreerden van land naar land? Een op drift geslagen tante, op zoek naar geluk en vooruitgang. Man voorop, kind aan de hand. Typisch Gronings leek dit emigratiegedrag toch niet, in elk geval waren er genoeg niet-Groningers die ook heen-en-weer migreerden over de aardbol. Kennelijk hadden Roelfina en Thomas steeds weer zin in een nieuw avontuur en voelden zij telkens de noodzaak opnieuw hun koers te verleggen.

Steeds opnieuw pakte Roelfina haar boeltje op, het intussen verfomfaaide familiefotoalbum als belangrijkste bagagestuk. Aan boord van een volgepropte, oncomfortabele stoomboot, zeestormen trotserend, maandenlang hangend in tussendekse hangmatten, zuipende en gokkende landverhuizers om haar heen, om over het eten aan boord maar te zwijgen. Een goede maaltijd, zoals voor de kajuitpassagiers, zat er voor de tussendekpassagiers in elk geval niet in. En dan het risico op ziekten aan boord, waardoor men tijdens de reis zomaar het leven kon laten en in een verzwaarde houten kist met gaten overboord werd gekiept en zou eindigen in de peilloze diepte van de oceaan. Plus de wetenschap dat men de thuisblijvers vermoedelijk nooit meer terug zou zien! En als de emigratie in materieel opzicht slaagde en men in het nieuwe vaderland kon blijven, lag altijd nog een emotionele mislukking op de loer: heimwee. Al deze gedachten spookten ongetwijfeld door het hoofd van Roelfina en zoveel andere emigranten.

Met het vertrek naar Chili liep zij het risico dat de emigratie andermaal zou mislukken, temeer daar Thomas niet door de Chileense regering was uitgenodigd om over te komen: ze vertrokken zonder emigratiecontract als ‘vrije emigranten’ (lees: op de bonnefooi) en op eigen kosten, een riskante maar steeds populairdere manier om te vertrekken. ‘De immigranten kwamen steeds vaker op eigen kosten en niet, zoals in het verleden, als onderdeel van door de overheid gesponsorde immigratieregelingen.’3 Tegenover de vrijheid stond dan natuurlijk het risico dat ze bij aankomst gewoon konden worden teruggestuurd door de autoriteiten. En wat als het in het vooruitzicht gestelde stuk land intussen was ingepikt door een ander?

Het is een vraag die in deze tijd nog niets aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. Tijdens mijn verblijf in Zuid-Afrika dacht ik aan de Afrikaanse vluchtelingen die in deze tijd de Europese kusten proberen te bereiken, op zoek naar voorspoed, geluk en veiligheid zonder te weten of dit lukt. In Chili dacht ik aan de Chilenen die in de donkere jaren van dictator Augusto Pinochet onze kant op kwamen, op de vlucht voor marteling en geweld, maar zonder te weten waar ze aan begonnen. Ook zij zijn of waren emigranten die zich niet storen aan ambtelijke regels en zich voor vertrek zeker niet uitschrijven bij een gemeenteloket, maar gewoon het vliegtuig nemen, aanmonsteren op een schip of in een bootje stappen en ergens aankomen (of niet).

Wij Nederlanders gingen ook, realiseer ik me. Roelfina hoopte ook op een beter leven. Maar ook zij wist niet waaraan ze begon. Zij deed maar wat en hoopte er het beste van. Zij werd misschien niet direct vervolgd om politieke denkbeelden of met de nek aangekeken omdat ze een ‘verkeerde’ kleur had, maar ze verzeilde buiten haar schuld toch in een oorlog, waar ze tot de verliezende partij behoorde. En hoeveel vooruitgang zou zij eigenlijk in Chili kunnen boeken? Hoeveel hedendaagse migranten en vluchtelingen overkomt niet hetzelfde? Toen ze Pretoria gedwongen verliet, was Roelfina niets meer of minder dan een oorlogsvluchteling, een zwangere 28-jarige vrouw op de vlucht voor de brute Britten. En hoe de emigratie naar Chili te duiden?

De vraag is of zij werkelijk zin had om voor de derde keer te emigreren. Zou zij echt zijn vertrokken als het stuk land in Chili niet was vrijgekomen? En als zij werkelijk zo graag had willen gaan, waarom dan niet gelijk vertrokken met de broer en zus van Thomas, die immers een halfjaar eerder waren vertrokken? Waarom te elfder ure vertrekken als ‘vrije emigrant’, terwijl zij zich ook hadden kunnen melden bij de Chileense immigratieautoriteiten in Europa en een officiële aanvraag hadden kunnen indienen? Zo bezien was de derde emigratie niet helemaal vrijwillig en niet alleen ingegeven door de zucht naar avontuur, maar vooral door de hoop op verbetering van hun levenslot en dat van hun gezin.

 

 

Meer te weten komen over het bijzondere emigratieavontuur van Roelfina? Je leest het in Verre verwachtingen!


Nieuws

Vacature: officemanager

Wij zijn per direct op zoek naar een officemanager voor minimaal 32 uur per week.

 

Functie
Als officemanager ondersteun je de uitgeverij in brede organisatorische, administratieve en coördinerende zin, met als doel de organisatie optimaal te laten functioneren.

Taken en verantwoordelijkheden

het behandelen van telefoon en post, en het ontvangen van bezoekers; het …

Lees verder