Leesfragment, Nieuws

De Volkskrant over Sultan: ‘Indrukwekkend’ ( *****)

  • 17 februari 2017
  • 4m

2017 is het jaar waarin jihadisten uit Syrië en Irak zullen proberen terug te keren naar Nederland. Opsporingsdiensten vrezen niet genoeg toezicht te kunnen houden. Dat blijkt uit gesprekken met functionarissen bij justitie en politie die Johan van de Beek en Claire van Dyck voerden tijdens het schrijven van Sultan en de lokroep van de jihad dat morgen verschijnt. Het boek beschrijft de levens van zes Maastrichtse Syriëgangers (onder wie twee kinderen). Lees hier een fragment uit Sultan en de lokroep van de jihad van Johan van de Beek en Claire van Dyck.

Al-Nisour

Als Bagdad niet elk jaar mee zou doen voor een topnotering in de lijst van gevaarlijkste steden ter wereld, zou november de beste periode zijn om een bezoek te brengen aan wat ooit de ‘Moeder van de wereld’, ‘Minnares der naties’ en ‘Koepel van de islam’ werd genoemd.

Wie daar de restanten van wil vinden, moet in de elfde maand arriveren. De gemiddelde temperaturen stijgen er dan zelden boven de 25 graden Celsius. Een schril contrast met de zomermaanden als de woestijnwind behalve stof ook een schroeiende hitte van boven de 40 graden door de straten blaast. November in Bagdad is mild. En haast windloos.

Wie vanuit Bagdad International Airport naar het centrum van de stad rijdt, kan bijna niet om het Adelaarsplein heen. Sahat an Nusur (Al-Nisour Square) is een van de belangrijkste verkeerspleinen van de stad. Iedereen die naar het centrum wil of, voorbij de rivier de Tigris, naar de achterlanden, zal deze grote rotonde in het westen moeten passeren. Verkeer dat, andersom, de stad uit wil om bijvoorbeeld via de Abu Ghraib Expressway naar Fallujah te rijden, zal ook via Al-Nisour moeten.

Het is hier bijna altijd druk. Auto’s rijden vier rijen dik, wisselen schijnbaar willekeurig van baan zonder richting aan te geven. Chauffeurs snijden elkaar en er klinkt onophoudelijk getoeter. Samensmelten met ander verkeer is een wedstrijd die door de brutaalsten wordt gewonnen. Tijdens de ramadan, als iedereen laat in de middag naar huis wil om te eten, kan het passeren van dit plein meer dan een uur duren omdat niemand voorrang geeft. Liever staan de verkeersdeelnemers scheldend en toeterend stil in een mierenhoop van auto’s.

In het hart van het plein, omzoomd door heggen en bloemperkjes, staat het adelaarsmonument. Het is een beeldhouwwerk uit 1969 van de Irakese kunstenaar Miran al-Saadi. Het moet de kracht en ambitie van het Irakese volk door de eeuwen heen symboliseren. Het monument ontbeert het pathos en de protserigheid van veel monumenten die onder Saddam Hussein op pleinen in Bagdad werden gepoot. En dat is misschien wel de voornaamste reden waarom het er nog staat. Dit beeldhouwwerk duikt, meestal samen met de tweehonderd meter hoge Baghdad Tower (de voormalige International Saddam Tower), op in veel beelden die de wereld over gaan als in 2007 op Al-Nisour een slachting plaatsvindt. In september van dat jaar schieten transportbewakers van Raven 23, een onderdeel van het Amerikaanse Blackwater-huurlingenleger, zeventien Irakese burgers op dit plein dood. Zonder provocatie. Er volgt een diplomatieke crisis tussen de Verenigde Staten en Irak. De huurlingen zouden mogelijk zijn weggekomen met hun misdaad, als ze die op een andere plaats in de stad hadden gepleegd. Al-Nisour was een slechte plek voor een massamoord op klaarlichte dag, want hier zijn het hoofdbureau en een opleidingsinstituut van de Irakese federale politie gevestigd. De agenten van dat bureau zijn getuige van het bloedbad. Hun getuigenissen zijn cruciaal bij de reconstructie van het Nisour Square Massacre.

Zeven jaar later, op woensdag 12 november 2014, zijn de agenten van het bureau aan Al-Nisour niet alleen getuige van een nieuwe slachting, maar vormen ze er ook het doelwit van. De ochtend begint met stralend blauwe luchten. De temperatuur loopt op tot 23 graden. Rond 12 uur explodeert een in de buurt van het politiebureau achtergelaten auto. Onder automobilisten, bromfietsers en voetgangers vallen slachtoffers. In de chaos die volgt, kijkt een jongen van een afstand toe. Het is Sultan Berzel, negentien jaar oud. Hij is bezig de laatste meters van zijn leven af te leggen. Hem scheiden, hemelsbreed, 3676 kilometers van het ouderlijke huis in de Maastrichtse wijk Wittevrouwenveld waarvan hij de voordeur precies zestig dagen eerder voor de laatste keer achter zich dichttrok.

Er zijn antiterreurhandboeken die zeggen dat de evacuatie van een plek waar een aanslag is gepleegd, pas in gang kan worden gezet als de aanwezigheid van een secondary device of een tweede aanvaller is uitgesloten. Maar daar is deze dag geen sprake van op Al-Nisour. Ambulances zijn al onderweg om doden, gewonden en lichaamsdelen op te halen en naar het nabijgelegen Yarmouk-ziekenhuis te brengen. Sultan is intussen in de buurt van de poort van het bureau. Dat is zijn killing zone. Hij is een ideale tweede man voor een zelfmoordaanslag. Frêle, jong en onschuld uitstralend. Een kind haast. Als later foto’s van hem de wereld over gaan, twittert iemand een songtitel van Aerosmith: ‘Dude looks like a lady.’ Toch is er, op het allerlaatste moment, argwaan bij de doelwitten van zijn aanslag. Volgens berichten die later in de Arabische pers verschijnen, wordt er op de Nederlander geschoten. Zonder effect. Hij blaast zich op tussen de agenten.

De bomriemen en -vesten die Islamitische Staat in 2014 in Bagdad inzet, zijn op maat gemaakt voor de shaheeds. Om zo veel mogelijk slachtoffers te maken, gebruiken de bommenbouwers poeder uit luchtafweergeschutgranaten. Net zoals de C4-explosieven die de terreurbeweging voor autobommen gebruikt, zijn de riemen en vesten volgens Irakese autoriteiten ‘kunstwerken’ als het gaat om de schaal van vernietiging. Ze zijn zó krachtig dat ze nauwelijks bruikbare sporen achterlaten. Ze vernietigen, behalve mensen, ook zichzelf.

Het ‘kunstwerk’ dat Sultan onder zijn kleding draagt, veroorzaakt een detonatiegolf die zich met ruim 8500 meter per seconde verplaatst, 22 keer zo snel als een 9 mm kogel die wordt afgevuurd uit een pistool. Wie dicht in de buurt staat van een menselijke bom, wordt getroffen door een schokgolf die organen zoals lever, milt, hart en longen los trekt van omliggend weefsel. Armen, handen en benen worden afgerukt, ogen worden vloeibaar. Wie niet direct sterft, is comateus en blind. Na de schokgolf volgt een cycloon waarin spijkers, kogellagers, schroeven en moeren uit de riem of het vest en menselijke botstukken als dodelijke wapens de omgeving worden in geschoten. Ook andere losse objecten in de buurt veranderen in projectielen.

Bij deze tweede explosie komen, behalve Sultan zelf, verscheidene agenten en een onbekend aantal burgers om het leven. Het totale aantal doden door de gecoördineerde aanval varieert in nieuwsberichten van elf tot boven de twintig. Er zijn veel gewonden. Een deel van hen zal op weg naar of in het ziekenhuis bezwijken. De bronnen hiervoor zijn, zoals bij de meeste aanslagen in Irak, anoniem. Het werkelijke aantal doden ligt mogelijk drie keer zo hoog. Cijfers worden bewust laag gehouden. Zeker nu het gaat om dezelfde locatie waar het Blackwater-bloedbad plaatsvond. Op die dag kon de politie de burgers niet beschermen. Vandaag kan ze de burgers en zichzelf niet beschermen.

Zelfmoordaanslagen worden weleens ‘de longkanker van het terrorisme’ genoemd. Veel dodelijker dan alle andere vormen van terreur. Ze eisen tien keer zo veel slachtoffers als terroristische operaties waarbij de dader in leven blijft. De volmaakte wezensvreemdheid van zelfmoordaanslagen maakt dat de westerse opinie er vaak geen redelijke reactie op weet te formuleren, zoals de Britse schrijver Martin Amis opmerkte. Verder dan wat ontwijkend gemompel komen we vaak niet. Of we beschouwen het als een exotische gril. Net zoiets als vrouwenbesnijdenis. Of eermoord. En zolang het wordt gedaan door mensen die wij niet kennen, in landen ver weg, lijkt het negeerbaar.


Nieuws

17 september bij Uitgeverij Balans: ‘Onuitwisbaar’ van Edward Snowden

In 2013 schokte de 29-jarige Edward Snowden de wereld toen hij brak met de Amerikaanse geheime diensten en onthulde dat ze in het allergrootste geheim proberen al ons digitale verkeer – elk telefoontje, elk bericht, elke e-mail – op onvoorstelbaar grote schaal te verzamelen en vast te leggen. Van iedereen die zich online begeeft, wordt …

Lees verder