Nieuws

Theo Mulder over ‘De hersenverzamelaar’ 

  • 19 december 2019
  • 4m

Afgelopen week spraken we Theo Mulder over zijn boek De hersenverzamelaar over het leven van frenoloog Franz Joseph Gall. Mulder gaf antwoord op vragen over het boek en zijn onderzoek naar de negentiende-eeuwse Weense ‘neuro-anatoom’.

 

Waar gaat het boek in het kort over?

Het boek gaat over Franz Joseph Gall (1758 – 1828), een van de meest interessante figuren uit de wetenschapsgeschiedenis, een flamboyante dwarsdenker, minnaar van vele vrouwen en de allerbeste neuro-anatoom van zijn tijd. Hij heeft het pad geëffend voor de moderne hersenwetenschappen en stond aan het begin van de zoektocht naar de lokalisatie van functies in het brein. Hij stelde dat de aard van de mens gekend kon worden door de hersenen te bestuderen. Dat is nu een open deur maar dat was in de vroege negentiende eeuw geenszins het geval. Hij bracht geest en lichaam bijeen in een natuurwetenschappelijke theorie over hersenen en gedrag.

Hij was ook de pleitbezorger van een theorie die er op neer kwam dat je aan de buitenkant van de schedel kon voelen wat er binnenin gebeurde. Het karakter, de sterke en zwakke kanten van een mens lieten zich kennen door hobbels en bobbels op de schedel te verkennen. De termen reken- en talenknobbel danken we dus aan Gall.

Die theorie, hoe onzinnig die nu ook klinkt heeft bijna een eeuw lang de wetenschap, de kunst, de politiek beïnvloed. Kijk bijvoorbeeld in het Rijksmuseum naar zelfportretten van kunstenaars na 1808 en je ziet nauwelijks merkbaar geschilderde verheffingen boven langs de neus, daarachter was volgens Gall de kunstzin in de hersenen gelokaliseerd en dat was zicht- en tastbaar in het gezicht en dat wisten toentertijd de schilders en beeldhouwers. In huidige termen gesteld was de schedelleer, later frenologie genoemd, de meest succesvolle valorisatie van wetenschap ooit, het doordrenkte alle aspecten van de maatschappij met name in Engeland en de Verenigde Staten.

Galls denken over een natuurwetenschappelijke verklaring van menselijk gedrag leidde tot een hevige botsing met de Habsburgse keizer Franz II die hem materialisme en atheïsme verweet en hem verbood zijn ideeën te publiceren. Er werden commissies gevormd die moesten bepalen of zijn biologisch determinisme niet gevaarlijk was voor kerk en staat. De kerk zette zijn werken op de index. Gall besloot om Wenen, waar hij woonde te verlaten en zijn gedachten in de vorm van lezingen te verspreiden. Dat werd een overdonderend succes en Gall werd de beroemdste man van zijn tijd. Hij reisde in koetsen met bedienden, schedels, en twee apen langs de belangrijkste steden van Europa. Goethe liep met hem weg, en dat gold ook voor Liszt en veel andere kunstenaars.  In Frankrijk botste Gall met Napoleon en kreeg ruzie met de Académie Francaise, maar opgeven deed hij nooit.

Wat is er zo fascinerend aan Franz Joseph Gall?

Ik weet niet of het  wel de man was die mij fascineerde, want Gall was volgens mij een erg eigenwijze  dwingende ijdeltuit die uitstekend in staat was om velen tegen zich in het harnas te jagen. Tegelijkertijd kon hij ook erg charmant en overtuigend zijn en veel vrouwen liepen met hem weg en dat waren niet de minsten zoals koningin Louise van Pruisen en Charlotte Schiller. Schrijfster Betine von Arnim schreef “Ik ben gewoonweg verliefd op die Gall, met de mooiste ogen van de wereld die zo sprekend meedoen tijdens zijn lezingen”. Goethe noemde zijn anatomische kennis de “top van de anatomie”. Maar het was vooral de tijd die mij fascineerde, de tijd waarin de  natuurwetenschappen opkwamen en het denken over de mens veranderde. De biologie die de natuur centraal stelde botste met kerk en staat omdat de mens werd gestuurd door natuurlijke processen en niet door ijle mechanismen als de ziel. De nieuwe wetenschap groef aan de wortels van de macht en de kerk zag dat goed en plaatste de werken van Gall dan ook niet voor niets op de index.

Hoe groot was de invloed van Gall in zijn tijd?

Het antwoord hangt af naar wie je kijkt. De geleerden hadden groot respect voor zijn anatomisch vakmanschap en als arts was hij geliefd en bekend. Maar veel geleerden in zijn tijd moesten niet veel hebben van dat merkwaardige voelen aan het hoofd op zoek naar verhogingen en indeuksels die een beeld van de mens moesten geven, daar geloofden ze niet in. Maar dat gold niet voor allen, want Gall werd wel degelijk ook door het wetenschappelijk establishment geëerd met name in de meer noordelijke (protestantse) landen.  In Nederland werd hij verdedigd door de Amsterdamse anatoom Gerardus Vrolik. Hij werd zelfs lid van de Zweedse Academie van Wetenschappen. Hij had ook grote invloed op de humanisering van de psychiatrie en was één van de eersten die geestesziekte zag als een hersenziekte. Hij pleitte onvermoeibaar  voor de modernisering van het strafrecht waar meer rekening moest worden gehouden met de aangeboren eigenschappen van de dader.  Hij verbond in tegenstelling tot Descartes lichaam weer met Geest en zag menselijk gedrag als een toevallig product van de natuur. Talent was toeval, het was aangeboren, een cadeau van de natuur. Onderwijs en omgeving konden daar niet veel aan veranderen. De mens zat in een aangeboren kooi van beperkte mogelijkheden en daar moest hij het meedoen. Gall was feitelijk een anti-verlichtingsdenker, maar omdat mensen zo verschillend zijn was tolerantie was voor hem een centraal begrip.  Zijn invloed op de kunst was enorm, zeker na zijn dood toen zijn leer verder werd gedragen door zijn voormalige leerling Spurzheim en de schotse advocaat Combe. Galls denken komt terug in bijna alle grote romans uit die tijd. Maar de invloed gold niet alleen schrijvers. Ook beeldhouwers, schilders en musici waren sterk door zijn denken beïnvloed. Zijn denken veranderde zelfs de mode, de haardracht en de gevoelens over schoonheid.

Maar zijn denken had ook een duistere kant. Het heeft ook, zeker na zijn dood de voedingsbodem gevormd voor racistische theorieën over de niet westerse mens. Ik besteed daar ruim aandacht aan in het boek.

Is de leer van Gall tot op de dag van vandaag nog actueel?

Een deel van zijn anatomische bevindingen hebben tot de dag van vandaag stand gehouden, maar zijn schedelleer over de hobbels en bobbels is terecht gekomen op de vuilnishoop van de wetenschapsgeschiedenis en dat is in zekere zin tragisch, want dat heeft er toe geleid dat de gehele persoon in de vergetelheid is geraakt. Gall beweerde onzin, maar zei ook veel verstandige dingen over het strafrecht en de psychiatrie die opvallend modern aandoen. Ook de zoektocht naar de lokalisatie van functies in de hersenen, waar hij (systematisch) mee is begonnen is nooit opgehouden. Zijn opmerkingen over de vrije wil (die volgend hem geen grote invloed heeft op ons gedrag) zouden zo in het huidige debat kunnen worden geplaatst.

Wat ziet u terug van Gall in uw huidige werk?

Het meest heldere antwoord is “niets”, maar wat wel een constante over de tijd is die doorloopt tot in het heden is de botsing van wetenschappelijke ideeën en feiten met de statelijke of religieuze machthebbers, dan wel met de common sense ideeën die onder de bevolking leven. Denk hierbij aan het  huidige klimaat en duurzaamheidsdebat, of aan het debat over vaccinaties. Het boek is een verhaal over hoe kennis omgaat met macht en hoe macht omgaat met kennis. Het is een verhaal uit het verleden, uit de tijd dat het moderne Europa ontstond, maar het had zich ook nu kunnen afspelen.


Nieuws

Auteurs over 75 jaar vrijheid

CODA laat Nederlandse schrijvers aan het woord over de betekenis van vrijheid

In 2020 vieren we 75 jaar vrijheid. Maar 4 en 5 mei en de bijbehorende herdenkingen en festiviteiten zien er dit jaar heel anders uit dan we gewend zijn of komen te vervallen. Wie had kunnen bedenken dat ‘social distancing’ maatgevend zou zijn …

Lees verder