Hoeveel lichter zou de overgang kunnen worden?

Het moment dat ik besloot om dit boek te schrijven staat mij nog helder voor de geest. Het was na een avond over de menopauze, georganiseerd door het Groninger Forum. Ik was uitgenodigd om in een paneldiscussie een ‘cultureel geluid’ te laten horen naast de meer feitelijke voorlichting van een gynaecoloog uit een vrouwenkliniek en de ervaringen van twee bekende schrijfsters van een populair menopauzeadviesboek. Het was in alle opzichten een wonderlijke avond. Om te beginnen zat er slechts een handvol mannen in een zaal vol vrouwen; alsof de menopauze mannen niet aangaat. Ik zag vrouwen met een kleine ventilator; waren zij op die manier alvast voorbereid op een opvlieger? Bovenal hing er een bijna tastbare sfeer van frustratie, zelfs woede, over het gevoel dat medici de menopauze niet echt serieus zouden nemen.
Bovenal hoop ik dat dit boek vrouwen helpt om de overgang beter door te komen.
Rina Knoeff
Mijn verbazing gold ook voor de discussie op het podium en het gemak waarmee het gesprek de kant op ging van het soort medicalisering waarmee vrouwen nog geen honderd jaar geleden hebben afgerekend. Het idee dat vrouwen al op hun 35ste een menopauzeplan zouden moeten maken, werd door het publiek gretig omarmd, evenals het idee dat zo ongeveer alles wat tijdens de overgang gebeurt, bepaald wordt door hormonen. Iedereen was in de ban van het idee dat vrouwen zich in ‘vriendinnengroepen’ activistischer zouden moeten opstellen en meer aandacht zouden moeten opeisen, vooral op de werkvloer. Nu is dat laatste natuurlijk niet per se een slechte zaak, maar is het echt wenselijk dat vrouwen zichzelf als vanouds in een hoek manoeuvreren van ziekelijkheid en zwakte?
Nog lang heb ik nagedacht over die avond in het Groninger Forum. Aan de ene kant staat buiten kijf dat vrouwen veel last kunnen hebben van de menopauze. Voor hen zijn de medische mogelijkheden van nu een zegen. Als je niet meer slaapt, of je steeds down voelt, als je door voortdurende opvliegers je werk niet goed meer kunt doen en het thuis ook niet meer leuk is: in al die situaties zijn hormonen een uitkomst. Aan de andere kant staat de menopauze-industrie in de overdrive. De boekwinkels liggen vol medische adviesboeken, in de media gaat het er voortdurend over, en op het werk komt het voorbij in vrijwel alle vitaliteitsprogramma’s die de vrouwelijke workforce gezond moeten houden. Als vrouw ontkom je er niet aan; een taboe is de menopauze allang niet meer.
Dit boek is anders dan de bestaande menopauzeliteratuur. Vanuit een cultuurhistorisch perspectief laat het zien dat de menopauze niet alleen een medisch probleem is, maar dat de manier waarop vrouwen en hun omgeving de overgang ervaren wordt gekleurd door historisch gewortelde ideeën over gezondheid en ziekte, vitaliteit en ouderdom, schoonheid en aftakeling, maatschappelijke productiviteit en de rol van de vrouw. In die zin is het belangrijk dat we de cultuurgeschiedenis van de menopauze kennen. Niet alleen omdat het boeiende inkijkjes geeft in de vele manieren waarop vrouwen en hun omgeving de overgang hebben beleefd, maar ook omdat juist die verhalen onze eigen ervaringen kunnen relativeren. In een enkel geval kan de geschiedenis ook waarschuwen tegen een overdreven medicalisering.
Bovenal hoop ik dat dit boek vrouwen helpt om de overgang beter door te komen. Kennis van het verleden helpt bij het herkennen van culturele patronen die ervoor zorgen dat de overgang gepaard gaat met onrealistische – vaak vrouwonvriendelijke – maatschappelijke verwachtingen en gêne over het veranderende lichaam. Hoeveel lichter zou de overgang worden, als we daarmee zouden kunnen afrekenen?
Wisseljaren
In Wisseljaren laat medisch historicus Rina Knoeff zien hoe geschiedenis en cultuur bepalen hoe vrouwen de overgang ervaren. Door de menopauze in deze context te plaatsten hoopt ze vrouwen te helpen beter de overgang door te komen.
