Etty Hillesum, geboren op 15 januari 1914 in Middelburg, studeerde na haar schooltijd in Deventer rechten en Slavische talen in Amsterdam en Leiden. Op 9 maart 1941 begon zij een dagboek dat eindigde op 13 oktober 1942. Met de woorden: ‘Men zou een pleister op vele wonden willen zijn’, sloot zij haar laatste dagboek af. Samen met haar ouders en broer Mischa werd zij op 7 september 1943 op transport gesteld naar Auschwitz. Haar bijzondere levenshouding werd vooral goed zichtbaar op de briefkaart die zij vanuit de trein naar Auschwitz heeft geworpen. Hierop schreef zij: ‘Zingende hebben we dit kamp verlaten…’. Etty en haar familie zijn kort na aankomst in het kamp vermoord.
Het werk van Etty Hillesum heeft moeiteloos de tijd weten te doorstaan. Zij wordt herkend als een vrouw die het barbarendom het hoofd bood, zonder zelf in wanhoop en haat ten onder te gaan. Uit de dagboeken van Etty Hillesum klinkt een stem vol liefde en een onverstoorbaar geloof in de menselijke mogelijkheden. Maar ook haar intens beleden en beleefde vriendschappen en haar unieke geest. De dagboeken en brieven van Etty Hillesum zijn een wereldwijd literair fenomeen en hebben inmiddels miljoenen lezers over de hele wereld bereikt met vertalingen in ruim 20 talen.